Afbouwkeur encyclopedie

Header over Afbouwkeur.jpg

Kaleilaag. Osmose. Aanbranden. Wapeningsgaas. Er zijn heel veel afbouw specifieke termen. Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Vakbroeders verstaan elkaar doorgaans wel, maar we willen geen ‘bouwbylonische’ spraakverwarring. Daarom een afbouw encyclopedie om een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen toe te lichten.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z

Aanbesteding

Bijeenkomst met openbaarmaking van prijzen voor een bepaald nader omschreven werk in aanwezigheid van de opdrachtgever en de gunning daarvan.

Aanbiedingsprijs

De prijs waarvoor een ondernemer een werk wil uitvoeren.

Aanbranden

Een wand- of vloervlak met een dunne specie behandelen om de hechting van een daarop aan te brengen specielaag te verbeteren.

Aanbrandlaag

Mengsel van cement, water, eventueel toeslagmateriaal en eventuele hulpstoffen, dat als een relatief dunne, vloeibare laag op de ondergrond wordt aangebracht om een hechting tussen de ondergrond en de aan te brengen afwerklaag te verkrijgen.

Aanhelen

Het repareren van ontbrekende delen, aansluitend op bestaand werk, van een gevel, wand-, vloer-, of plafondoppervlak.

Aanneemsom

Het geldbedrag waarvoor een ondernemer zich contractueel verbindt een werk uit te voeren.

Aannemersfederatie

De Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) is een landelijke vereniging waarbij ondernemersorganisaties uit de gespecialiseerde bouw zijn aangesloten. De aangesloten ondernemersorganisaties vertegenwoordigen zo’n 1800 lidbedrijven die actief zijn in uiteenlopende beroepsgroepen. De kleine en middelgrote lidbedrijven hebben gezamenlijk een omzet van 3,6 miljard euro en zo’n 40.000 werknemers.

Aanstralen

Wijze van stralen waarbij vrijwel geen materiaal van het oppervlak wordt weggenomen. Het oppervlak wordt slechts op gelijkmatige wijze licht opgeruwd.

Aantrekken

Het begin van het verhardingsproces van specie onder invloed van capillaire vochtopname van de ondergrond en verdamping van vocht of oplosmiddel aan het oppervlak. Zie drogen.

Aanzet

Een zichtbare overgang tussen banen verharde substantie.Een zichtbare overgang of naad die ontstaat aan het oppervlak ten gevolge van niet aaneengesloten arbeidsgangen.

Aanzetsteen

Eerste steen links en rechts in een gemetselde boog. Evenals de sluitsteen zijn de aanzetstenen op constructieve punten geplaatst. Ze worden vanwege hun zwaardere belasting, maar ook uit decoratief oogpunt, veelal in natuursteen uitgevoerd.

Aanzuren

Voorbehandelen van een oppervlak met behulp van een verdund zuur.

Aardlekschakelaar

Schakelaar die de stroom automatisch uitschakelt al er een gebrek is aan een elektrisch apparaat dat in gebruik is.

Aardvochtig

Consistentie van een specie met een watergehalte waarbij nog net verdichting mogelijk is.

AB-FAB

Associatie van Beton Fabrikanten van constructieve elementen: Het doel van AB-FAB is om marktpartijen te helpen bij het succesvol toepassen van prefab betonnen bouwelementen: www.ab-fab.nl. 

ABN

Algemene Bond van Natuursteenbedrijven.

Absorptie

Het opnemen van een gas of vloeistof door een (bouw)stof.

Absorptievermogen

Het vermogen van een (bouw)stof om een hoeveelheid gas of vloeistof op te nemen en deze tijdelijk of definitief vast te houden. Alternatief: De mate waarin een materiaal stoffen uit zijn omgeving kan opnemen.

ABU

Algemene Bond van Uitzendbureaus.

Acanthus

De acanthus is een doornachtige plant waarvan de sierlijk krullende bladeren als voorbeeld werden gebruikt voor ornamenten in de bouwkunst, bijv. in het Corinthische Kapiteel.

Achterhout

Plaatselijke houten versteviging in een systeemwandconstructie ten behoeve van de montage van zware voorwerpen.

Acrylaat

Kunststoftype afgeleid van acrylzuur.

Acrylaathars

Kunstharstype, ontstaan vanuit acrylzuur, dat wordt gebruikt als bindmiddel.

Acrylhars

Kunstharstype, ontstaan vanuit acrylzuur, dat wordt gebruikt als bindmiddel.

Additieven

Chemische, of ander soortige kleine hoeveelheden van een stof, die aan mortels of specie toegevoegd worden, noemen we additieven. Het zijn toegevoegde stoffen en heeft als doel, eigenschappen van de mortel aan te passen of te verbeteren. Een additief in het algemeen is een (meestal kleine) hoeveelheid van een tweede stof die aan een eerste stof wordt toegevoegd om de eigenschappen van die eerste stof te veranderen of te beïnvloeden. [zie toeslagmateriaal]

Ademend

Te ontraden term voor het vermogen van een bouwstof om waterdamp op te nemen en af te staan (zie dampdoorlatend).

Ademend vermogen

De mate waarin een materiaal dampdoorlatend is.

Ademende pleister

Te ontraden term voor dampdoorlatende pleister (een pleister die damptransport toe laat).

Adhesie

De aantrekkingskracht tussen moleculen van verschillende soorten.

ADR-richtlijn

Een Europese overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.

Afbijten

Het door chemische middelen oplossen van (oude) verflagen of kunststofgebonden sierpleisterlagen zodat die vervolgens gemakkelijk kunnen worden verwijderd.

Afbinden


  1. Reactie die ontstaat door de binding van water met een hydraulisch bindmiddel hetgeen leidt tot een versteend product met andere eigenschappen.

  2. Chemische reactie van verschillende stoffen die leidt tot een vast kunststof gebonden produkt.

  3. Verhardingsproces ofwel een chemische reactie die optreedt nadat gips met water wordt vermengd.

  4. Het aan elkaar bevestigen van onderdelen van een pleisterdraagconstructie met binddraad/ijzerdraad, b.v. steengaas-stucanet op een metalen raster.

Afbindtijd


  1. De tijd die voor de afbinding van een hydraulisch bindmiddel met water nodig is om tot een versteend product te komen. 

  2. De tijd waarbinnen het grootste deel van de chemische doorharding van een kunststofgebonden materiaal plaatsvindt.

Afbladderen

Het losraken van verflagen of stucwerk van de ondergrond.

Afboeren

Afbreken, afbrokkelen van randen ten gevolge van mechanische belasting.

Afbouw

Onder afbouw(werk) verstaan we stukadoorswerk, bedrijven die niet dragende scheidingswanden stellen en lijmen en  systeem- en gipsplatenplafonds aanbrengen. Daarnaast vallen vloerenbedrijven die monoliet-, kunststof-, cementdek- en gietdekvloeren aanbrengen en bedrijven die vloeren schuren, fraisen, stralen of egaliseren en terrazzobedrijven onder de afbouw.

Afbouwbedrijf

Een onderneming die zich bedrijfsmatig bezighoudt met bouwkundige werkzaamheden in het proces van realisatie van een bouwwerk volgend op de ruwbouwfase.

Afbramen

Het verwijderen van uitgeharde mortelresten (baarden) van gevel-, plafond-, wand- en vloeroppervlakken.

Afbreken


  1. Het demonteren van b.v. een steiger

  2. Het slopen van een constructie.

  3. Het verminderen van de esthetische- en/of technische kwaliteit van een produkt onder invloed van omgevingsfactoren.

Afdeklijst

Lijst, vaak met hellend bovenvlak als afdekking van een muur. Veelal bedoeld als bescherming tegen inwatering of toegepast uit esthetische oogpunt.

Affilmen

Te ontraden term voor filmen.

Afgehangen plafond

Een (stucanet-, steengaas-, ribbenstrek- of systeem-)plafond opgehangen aan de bovenliggende constructie.

Afgeschuinde kant (AK)

Aanduiding die aangeeft op welke wijze de kanten/randen van (gips)plaatmateriaal fabrieksmatig zijn afgewerkt. Afgeschuinde kant (AK) geeft aan dat de kanten van de platen zijn afgeschuind.

Afglitten

Te ontraden term voor glitten.

Afhangers

Metalen voorwerpen, draadeinden of strips (hanger) die de verlaagde plafondconstructie verbindt met de bovenliggende constructie.

Afhangpunten

Plaatsen waar de afhangers worden bevestigd aan de bovenliggende constructie.

Afkorrelen

Het aanbrengen van een afwerklaag in een korrelstruktuur op een wand of plafond. In principe de laatste laag bij spackspuitwerk.

Afkrammen

Te ontraden term voor het met krammen bevestigen van een materiaal aan de ondergrond.

Afkrijten

Te ontraden term voor krijten.

Aflakken

Het aanbrengen van de laatste definitieve coating of verflaag.

Afmessen

Te ontraden term voor messen.

AFNL

Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra is een landelijke koepel van brancheorganisaties die samen ruim 1.800 bedrijven vertegenwoordigen, met een totale omzet van 3,6 miljard euro en een arbeidsvolume van 40.000 werkzame personen. Momenteel zijn er achttien ondernemersorganisaties aangesloten.

Afpappen

Het nawissen van een verse cementgebonden dekvloer met een cementpap.

Afreien

Met een rei nivelleren van de pas aangebrachte specie.

Afschoren

Te ontraden term voor schoren.

Afschotlaag

Laag die in toe- of afnemende dikte op een draagvloer wordt aangebracht om afschot te bereiken.

Afschotvloer

Dekvloer op afschot.

Afsmeren

Foutieve term voor het afwerken van de naden/voegen van gipsplaten.

Afspanen

Een reeds vlakgeschuurd oppervlak met een lange spaan afwerken ten einde een zo glad en zo uniform mogelijk oppervlak te verkrijgen.

Afstiften

Steengaas na het spannen vastzetten met verzinkte steengaasnagels.

Aftrekken

Te ontraden term voor afreien.

Afvlinderen

Te onraden term voor vlinderen.

Afvoegen

Afwerken van de voegen/naden van gipsplaten.

Afwasbaar

Een oppervlak dat met een daarvoor geschikt middel kan worden gereinigd, zonder dat daarbij schade aan het oppervlak ontstaat.

Afwerken

Het totaal aan handelingen dat nodig is voor het afwerken van een oppervlak.

Afwerking


  1. De wijze waarop iets voltooid is.

  2. Datgene wat als eindresultaat zichtbaar blijft.

Afwerkingsniveaus

De kwalificaties die men toekent aan de mate waarin de afwerking van wanden, vloeren of plafonds voldoet aan bepaalde criteria.

Afwerklaag

Eindlaag.

Afwerkstaat

Een lijst waarop aangegeven staat wat er dient te worden aangebracht ter plaatse van gevels, vloeren, wanden en plafonds t.a.v. de eindafwerking.

Afzaat

Hellend bovenvlak van een horizontale lijst of dorpel.

Afzanden

Verlies van samenhang aan een te zacht dekvloeroppervlak.

Afzonderingslaag

Laag die dient om de dekvloermortel of de legmortel af te zonderen (vrij te houden) van de onderliggende lagen (draagvloer, dekvloer, isolatie) Belgische term. Zie: scheidingslaag.

Afzonderingsvoeg

Belgische term. Zie dilatatie (niet krimpvoeg).

Aggregaat

Een mobiele generator die gebruikt wordt voor het opwekken van elektrische stroom, die gebruikt wordt daar waar geen aansluiting op het lichtnet mogelijk is.

Agraffe

Ornament in de vorm van een spijl of naald.

Airless Spuiten

Spuitmethode waarbij materiaal uitsluitend onder hoge druk (>30 bar) gedoseerd op het oppervlak wordt gespoten.

Ajour

Opengewerkt decoratief houtsnijwerk of beeldhouwwerk.

AK

Afkorting voor algemene kosten.

Akoestiek


  1. Geluidsleer.

  2. De wijze waarop geluid door een ruimte wordt verbreid en voortgeplant.

Akoestische brug

Een contactpunt dat onbedoeld een geluidsisolerende laag doorbreekt waardoor een geluidslek ontstaat.

Akoestische isolatie


  1. Het isoleren tegen contact- of luchtgeluiden

  2. Materiaal en/of element dat de voortplanting van het geluid (contact- en/of luchtgeluid) afremt of verzwakt.

Akoestische pleister

Pleister die door zijn structuur en textuur een deel van het in een ruimte geproduceerde geluid absorbeert.

Alkalisch

Een basische stof met een PH-waarde hoger dan 7, zoals loog en zout.

Alkali-silicareactie

Chemische reactie, voorkomend in beton, tussen alkaliën (natrium, Na, en kalium, K), reactief silica en water waardoor een expansieve gel wordt gevormd. Deze gel kan het beton van binnenuit kapot drukken indien er voldoende van gevormd wordt.

Alkaliteit

De mate waarin een materiaal alkalisch reageert.

Alkalivast

Het bestand zijn van een materiaal tegen aantasting door alkalische stoffen. Alkalibestendig

Aluminiumcement

Cementsoort die wordt verkregen uit klinker dat hoofdzakelijk bestaat uit monocalcium-aluminaat. Dit cement is hoog reactief met water en kent daardoor een zeer snelle sterkte-ontwikkeling. Geschikt voor toepassing in vuurvast werk.

Amaril

Zeer hard gesteente (aluminiumoxyde) dat in blok- of poedervorm dient als slijpmiddel om te slijpen of te polijsten.

Amsterdamse school

Decoratieve en expressieve bouwstijl waarbij gebruik wordt gemaakt van golvende baksteen en gebeeldhouwde ornamenten. Deze stijl beheerste vanaf ongeveer 1910 tot eind jaren twintig de architectuur (vooral woningbouw, scholen en bruggen) te Amsterdam en in mindere mate elders.

Anhydriet

De basisgrondstof van gips is het mineraal anhydriet en wordt in mijnen gewonnen. Het wordt gebruikt voor de gipsproductie. Het is een calciumsulfaat met een paar procent calciumfluoride.

Anhydrietvloer

Dekvloer die ook wel calciumsulfaatgebonden gietdekvloer wordt genoemd.

Anodiseren

Anodiseren is een oppervlaktebehandeling om metalen zoals aluminium en titanium te voorzien van een oxide laag. Anodiseren gebeurt door middel van een elektrolytische behandeling. Deze oxide laag is hard, poreus en slijtvast. Daarna kan door afsluiten van de poriën (sealen) de corrosiebestendigheid worden verbeterd.

Antislip

Mate waarin een materiaal of een afwerklaag stroefheid vertoont.

Antistatisch

Mate waarin een laag electrostatische lading kan doen afvloeien.

Apsis

Nisvormige, halfronde of veel hoekige afsluiting van het koor, het schip, of een zijbeuk van een kerk.

Arabesk

Slingerende lijn met gestileerde siermotieven.

Arbeidshygiënische strategiee

Beheersmaatregelen zoals genoemd in de Arbowet, ofwel de voorkeur van maatregelen om een probleem aan te pakken;



  1. wegnemen of reduceren aan de bron

  2. afschermende technische maatregelen

  3. collectieve of procedurele maatregelen

  4. als laatste het aanbieden van persoonlijke beschermingsmiddelen.

ARBO

Arbeidsomstandighedenwet.

Arbobeleid

Het voorkomen van ziekteverzuim binnen een bedrijf door het inventariseren en evalueren van de risico's en het uitvoeren van een gericht beleid.

Arbobeleidsregels

Geen bindende voorschiften, maar suggesties over hoe de minimale bescherming die de Arbo-wet verlangt kan worden bereikt.

Arbobesluit

Concrete regels en voorschriften waarin aangegeven staat wat het resultaat van het beleid moet zijn. Voorbeelden: inrichting van arbeidsplaatsen, gevaarlijke stoffen en persoonlijke beschermingsmiddelen.

Arboregeling

Uitwerking van sommige onderdelen van het Arbobesluit. Hierin staan specifieke bepalingen zoals taken van de Arbodienst en bepalingen t.a.v. apparatuur.

Arbowet

Arbeidsomstandighedenwet is een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen. De Arbowet is een kaderwet waarin geen duidelijke regels staan maar algemene bepalingen over het Arbeidsomstandighedenbeleid (= arbobeleid) in bedrijven. De werk valt uiteen in vier delen: de Arbowet, het Arbobesluit, de Arboregeling en Arbobeleidsregels.

Arbowet 2

De Arbowet is een kaderwet waarin geen duidelijke regels staan maar algemene bepalingen over het Arbeidsomstandighedenbeleid (= arbobeleid) in bedrijven. De werk valt uiteen in vier delen: de Arbowet, het Arbobesluit, de Arboregeling en Arbobeleidsregels.

Arcade

Een reeks van bogen rustend op pijlers of zuilen.

Architraaf

Het onderste dragende deel in een hoofdgestel. Hoofdbalk van het kroonwerk van het gebouw die op de kapitelen van de zuilen rust en het overige lijstwerk draagt.

Archivolte

Sierprofiel langs een arcadeboog.

Arkeltorentje

Een veelhoekig of rond uitbouwsel aan of op de hoek van een gevel. Het torentje verheft zich vanaf de eerste of een hogere verdieping en is overkapt met een spits.

As

Lijn waardoor het bouwwerk in twee symmetrische delen verdeeld wordt.

Asfalt dekvloer

Het mineraal asfalt wordt als bindmiddel gebruikt voor bepaalde dekvloeren. Asfalt is een materiaal dat wordt samengesteld uit mineraal en bitumen. Het staat bekend als wegverhardingsmateriaal en wordt ook in waterbouwwerken veelvuldig toegepast.

Aspirant-Gezel

Persoon die in het kader van het leerlingwezen stukadoren, vloerenleggen of afbouwen (plafond- en wandsystemen) het eerste gedeelte van zijn opleiding met goed gevolg heeft voltooid en daarmee in het bezit is gekomen van het diploma adspirant-gezel. Dit basisgedeelte van de opleiding is gericht op praktische en theoretische vakkennis.

ASR

Alkali-silicareactie.

Audit

Een onderzoek naar de werking van een bedrijf (financiële, operationele of technische). Dit kan zowel door eigen medewerkers (interne audit) als door onafhankelijke buitenstaanders gebeuren (externe audit).

AUK

Afkorting om de algemene uitvoeringskosten te benoemen.

AVBB

Algemeen Verbond Bouw Bedrijven (opgegaan in Bouwend Nederland).

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z