Afbouwkeur encyclopedie

Header over Afbouwkeur.jpg

Kaleilaag. Osmose. Aanbranden. Wapeningsgaas. Er zijn heel veel afbouw specifieke termen. Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Vakbroeders verstaan elkaar doorgaans wel, maar we willen geen ‘bouwbylonische’ spraakverwarring. Daarom een afbouw encyclopedie om een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen toe te lichten.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z

B&W

Het college van burgemeester en wethouders (dikwijls het college van B en W of nog korter B en W genoemd) vormt het dagelijks bestuur van een Nederlandse gemeente.

BA

Bedrijfschap Afbouw

Baander

Grote schuurdeur die toegang geeft tot de bedrijfsruimte van een boerderij.

BACA

Besluit Aanwijzing Chemische Afvalstoffen, tegenwoordig bekend als BAGA.

BAGA

Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen.

Bakgoot

Rechthoekige houten of zinken goot.

Bakrei

Hoekvormige rei die overtollige specie opvangt bij het afreien van plafonds.

Balustrade

Hekwerk van balusters (speciaal vormgegeven spijlen) met een erop rustende balk of stenen richel.

Band

Horizontale versiering in stukadoorswerk, natuursteen of baksteen, ter versiering van de gevel.

Barok

Stijl(periode tot ver in de 18e eeuw) die zich kenmerkt door overdadige vormen.

Barstvorming

Oppervlakkige haarscheurtjes, meestal als gevolg van veroudering, die doorgaans de vorm van een min of meer dicht net (spinnenweb) hebben. In geval van mortels is barstvorming gewoonlijk toe te schrijven aan een oppervlak dat rijk aan cement en/of fijne deeltjes (cementhuid) is, en/of aan een snelle uitdroging. Ook craquelering of faiencering genoemd.

Basalt

Donker gekleurd, zeer hard, vulkanisch gesteente, meestal in zuilen voorkomend; ontstaan uit materiaal afkomstig uit de aardmantel.

Basement

De voet van een zuil, kolom, pilaster of pijler.

Bazooka

Buisvormig apparaat/hulpmiddel gevuld met voegengips en aan het einde voorzien van een loopwerk met een papieren wapeningsband, waarmee in één handeling een voeg/naad van gipsplaten wordt bewerkt.

BBL

Beroepsbegeleidende leerweg.

BBN

Vereniging Brandveilig Bouwen Nederland. BBN beoogt verbetering van de brandveiligheid van gebouwen, door vergroting van kennis over en verantwoordelijkheidsbesef voor bouwkundige brandpreventie en de toepassing van brandveilige bouwmaterialen en –constructies.

Bedding

Onderste laag bij de plaatsing van tegels op traditionele wijze. Ook kan bedding staan voor de Grondslag/een onderlichaam voor zware lichamen, bodemlaag.

Beddingsconstante

Zie: Beddingsgetal.

Beddingsgetal

Een waarde voor de stijfheid (vormvastheid) van een ondergrond, bepaald volgens een gestandaardiseerde meetmethode.

Bedrijfsvloer

Vloer waaraan bijzondere (gebruiks)eisen worden gesteld ten aanzien van bijv. mechanische, fysische en/of chemische eigenschappen.

Begroten

Het zo nauwkeurig mogelijk vooraf bepalen van kosten.

Begroting

Een document dat zo gedetailleerd en nauwkeurig mogelijk de kosten van een object, werk of aktiviteit omschrijft.

Behangklaar

Te ontraden term voor een afwerkingsniveau van een ondergrond waarop de behanger met zijn werkzaamheden kan aanvangen. De behanger wordt geacht voorbereidende werkzaamheden uit te voeren voordat hij daadwerkelijk met behangen kan beginnen.

Bel-etage

Eerste verdieping of hoofdetage, bij voornamelijk huizen doorgaans gelegen boven een souterrain en te bereiken via een monumentale trappartij. De kamers op de bel-etage zijn veelal hoger dan de vertrekken op de andere verdiepingen.

Bepleisteren

Het aanbrengen van een dunne stuclaag die door middel van spaanapplicatie glad wordt afgewerkt.

BER

Bedrijfstak-Eigen Regelingen

Berapen

Het aanbrengen van een egaliserende stuclaag die kan dienen als basislaag voor verdere afwerking of als eindafwerklaag.

Beschermen

Het geheel van werkzaamheden dat moet worden uitgevoerd om het ontstaan van schade aan een oppervlak te voorkomen.

Beschermlaag

Een afwerklaag met als doel de ondergrond te beschermen tegen bepaalde invloeden, zoals bijvoorbeeld het indringen van vloeistof, ter voorkoming van mechanische beschadigingen of bevuiling.

Beslag

Verzamelnaam van hang- en sluitwerk aan een deur of raam.

Besloten ruimtes

Ruimtes die in de meeste gevallen niet gemakkelijk toegankelijk zijn en ook niet snel kunnen worden verlaten. De ventilatie in deze ruimten is in het algemeen zodanig, dat veilig werken (inspectie, schoonmaken, onderhoud en reparatie) niet altijd is gewaarborgd. Besloten ruimten zijn bijvoorbeeld (scheeps)tanks, reactieketels, gierkelders, riolen, leidingkelders en diepe sleuven (dieper dan 2 meter).

Bestek

Een nauwkeurige beschrijving van opzet, uitvoering, prestatie-eisen, de te gebruiken materialen en regeling van de werkzaamheden van een project of bouwwerk.

Beton

Een al dan niet verhard mengsel van grof en fijn toeslagmateriaal, cement, water en eventueel hulp- en/of vulstoffen.

BetonCiré

BetonCiré.

Betondekking

De laagdikte van het beton tussen de wapening en het betonoppervlak.

Betonmortel

Verharde betonspecie.

Betonreparatie

Onderhoud en herstelwerkzaamheden van niet constructieve bouwkundige aard aan beton.

Betonrot

Verzamelterm voor schade aan gewapend beton door b.v. het roesten van wapeningsstaal. Dat kan gebeuren doordat het betonstaal te dicht bij de oppervlakte is aangebracht of b.v. door het toepassen van chloriden als verhardingsversneller.

Betonspecie

Onverhard plastisch mengsel van cement, grof en fijn toeslagmateriaal, water en eventueel hulp- en/of vulstoffen.

Betonstuc

Betonstuc

Beuk

De romp van een kerkgebouw. Onderscheiden worden midden- of hoofdbeuk, zijbeuken en dwarsbeuk. Synoniem voor het woord beuk in een relatie tot een kerkgebouw is schip.De term beuk wordt ook gebezigd bij de ruimtelijke indeling van andere gebouwen. Een beuk is dan een door hoofdmuren begrensde ruimte die in de regel afzondelijk overkapt is.

Bevestigingsmiddel

Een product waarmee men materialen op een ondergrond kan bevestigen.

Bewerpen

Specie met behulp van een troffel tegen een wand of plafond werpen.

Bezetten

Te ontraden term voor het berapen van ondergronden.

BGI

Afkorting voor buitengevelisolatie.

BGZ

Afkorting voor Bedrijfs Gezondheid Zorg.

BHV

Afkorting voor bedrijfshulpverlening.

Bijwerken

Plaatselijk een verbetering of herstel uitvoeren.

Binden

Zie toelichting bij te ontraden term afbinden.

Binding

Zie Afbinding.

Bindmiddel

Een stof die door een chemische verandering samen met een andere stof in een vaste massa overgaat, bijvoorbeeld cement, gips, of kunsthars

Bindmiddelhuid

Dunne laag met een hoog gehalte aan bindmiddel en fijne deeltjes, die zich aan het oppervlak van een dekvloer kan vormen tijdens het aanbrengen en bewerken.

Binnengevelisolatie

Binnengevelisolatie

Binnenwand

Een niet dragende verticale scheiding tussen ruimtes.

Bitumen

Bitumen kunnen als toevoeging voor o.a. dekvloeren worden toegepast om zo de specifieke eigenschappen te veranderen of aan te passen. Zo kan een dekvloer vloeistof- en waterdicht worden gemaakt.

Bitumengebonden dekvloer

Dekvloer waarvan het bindmiddel bestaat uit een bitumenemulsie en cement.

Bitumineren

Het behandelen van een oppervlak met bitumen, met als doel een beschermingslaag aan te brengen.

Blauwpleisterwerk

Een dunne niet dekkende, gladde kalk/gips pleisterlaag die door zijn oppervlakte-textuur geschikt is om later met andere materialen te worden afgewerkt, meestal behang(sels). Deze pleisterlaag wordt vers in vers aangebracht op een kalkcementgebonden raaplaag. De term blauw berust op het plaatselijk doorschijnen van het raaplaagoppervlak.

Blinde boog

Dichtgezette (gemetselde) boogconstructie.

Bloeden

Uittreden van stoffen uit de ondergrond naar het oppervlak.

Blokbepleistering

Pleisterwerk voorzien van schijnvoegen.De blokbepleistering moet suggereren dat het pleisterwerk uit blokken (natuur)steen bestaat.

Blokkenlijm

Een (gips)lijm waarmee o.a. gipsblokken tot niet-dragende scheidingswanden worden verlijmd.

Blokkensteller

Werknemer die is belast met het (eventueel van tekening) maken, zowel met de hand als met behulp van mechanische middelen, van wanden bestaande uit gips- gasbeton en andere soorten bouwblokken en die voorts de bijbehorende werkzaamheden als het aanbrengen en stellen van profielen verricht.

Blussen

Kalk na het branden met water vermengen, waardoor uit calciumoxyde calciumhydroxyde ontstaat.

Bodemvocht

Vocht dat zich in de bodem bevind.

Boenbaar

Zie schrobbaar.

Bolkozijn

Een raamkozijn waarvan het bovenvak uit één stuk bestaat.

Bolling

Een uitwendige kromming van het oppervlak.

Boogfries

Uitgemetselde bogen rustende op draag- of kraagstenen meestal onder kroon of gevellijsten.

Boogtafel

Zie boogfries.

Boogveld

Het gedeelte bij een blinde boog dat ingesloten wordt door de overspanning en de horizontale lijn tussen de aanzetten.

Boorkern

Cilindrisch proefstuk dat uit een verharde dekvloer is geboord.

Borstelwerk

Een oppervlak zodanig bewerkt dat een geborsteld effect ontstaat, bijvoorbeeld cementeerwerk.

Borstwering


  1. Het deel van de buitenmuren dat boven de zolder- of dakvloer uitsteekt.

  2. Een tot borsthoogte opgetrokken muur of open hekwerk van een balkon, loggia of dakterras. Het deel van de muur onder de vensters.

  3. Deel van de muur tussen de zolderbalken en de muurplaat.

Boucharderen


  1. Een steenachtig oppervlak zodanig met puntig gereedschap bewerken dat er een zekere ruwheid in een regelmatige structuur ontstaat.

  2. Het mechanisch opruwen van een glad oppervlak t.b.v. het verkrijgen van hechting van een hierop aan te brengen laag.

Bouwbesluit

Regelgeving (vanuit de overheid) met betrekking tot nieuw op te richten bouwwerken.

Bouwbesluit Online

Een website van het Ministerie van VROM met de integrale teksten van het Bouwbesluit, de nota van toelichtingen en de regeling Bouwbesluit.

Bouwdeel

Aanduiding van een deel van een gebouw tijdens de bouw.

Bouwend Nederland

Organisatie van bouw- en infrabedrijven in Nederland

Bouwfysica

Deel van de natuurkundeleer betreffende de fysische aspecten zoals warmte, vocht, licht en geluid met betrekking tot gebouwen.

Bouwproces

Het geheel van in de tijd voortschrijdende activiteiten met betrekking tot het ontwerpen en realiseren van bouwwerken.

Bouwschade

Schade aan bouwwerken of belendende objecten tijdens het bouwproces of tengevolge hiervan ontstaan.

Bouwstof

Fijne deeltjes die ontstaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden.

Bouwvocht

Vocht dat tijdens de bouwperiode in een constructie aanwezig is of ingebracht wordt en die na het bouwproces geleidelijk vermindert tot evenwichtsvochtgehalte.

Bouwvoorschrift

Een document waarin met name vanuit de overheid regels staan betreffende de uitvoering van werken.

Bovatin

Bond van Aannemers van Tegelwerken in Nederland

Bovenlicht

Raam boven een deur of het bovenste raam van een venster

BPV

Afkorting voor Beroeps Praktijk Vorming

Branddoorslag

Branddoorslag is de uitbreiding van brand van een ruimte naar een andere ruimte, anders dan via de buitenlucht.

Brandwerende pleister

Pleisterlaag die door zijn samenstelling gedurende een langere periode weerstand biedt tegen de voortplanting van brand.

Brandwerendheid

De tijd gerekend vanaf het begin van de verhitting tot aan het tijdstip waarop het proefstuk, blootgesteld aan de standaardbrandconditie, gespecificeerd in NEN 6069, juist voldoet aan één of meer van de relevante brandwerendheidscriteria.

BREEAM

Building Research Establishment Environmental Assessment Method. Een keurmerk om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen te bepalen.

BRL

Afkorting voor beoordelingsrichtlijn. Document waarin eisen zijn omschreven ten aanzien van de (technische) eigenschappen van materialen.

Bruutwerk

zie boucharderen.

Buigsterkte

Grootste buigspanning die een materiaal kan verdragen.

Buigstijfheid

Weerstandsvermogen tegen doorbuigen.

Buigtreksterkte

Rekbaarheid bij buigen.

Buigweerstand

Zie buigsterkte.

Buitenduurzaamheid

Mate waarin een materiaal of een afwerklaag zijn eigenschappen behoudt bij blootstelling aan weersinvloeden.

Buitengevelisolatie

Buitengevelisolatie is het isoleren en stukadoren van uw pand of woning aan de buitenzijde. Deze toepassing wordt steeds vaker in renovatie en nieuwbouwprojecten toegepast.

Buitengevelisolatiespecialist

Werknemer die is belast met het aanbrengen, zowel met de hand als mechanisch aan buitengevels van alle voorkomende systemen voor het isoleren van buitengevels met behulp van zand en cement resp. andere hulpstoffen en andere bindmiddelen, kunststof schuimplaten en andere isolerende bedekkingen, mechanische bevestigingsmiddelen en alle soorten lijmen alsmede alle soorten gaasmatten of andere oppervlakte spanningen absorberende materialen.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z