Afbouwkeur encyclopedie

Header over Afbouwkeur.jpg

Kaleilaag. Osmose. Aanbranden. Wapeningsgaas. Er zijn heel veel afbouw specifieke termen. Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Vakbroeders verstaan elkaar doorgaans wel, maar we willen geen ‘bouwbylonische’ spraakverwarring. Daarom een afbouw encyclopedie om een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen toe te lichten.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z

CAB

Commissie Arbeidsmarkt Bouwnijverheid

Calciumcarbid

Steenachtig materiaal (CAC2), dat verkregen wordt na versmelting van cokes en gebrande kalk in een electrische oven. Bij contact met water zal acetyleengas ontstaan.

Calciumhydroxide

Scheikundige naam voor gebluste kalk. Restproduct van calciumcarbid dat in contact met water is gebracht en als zodanig acetyleengas heeft afgescheiden of calciumoxide dat in contact met water eveneens calciumhydroxide vormt.

Calciumsulfaat bindmiddel

Een vorm van calciumsulfaat die door reactie met water (hydratatie) verhardt en daartoe geschikte materialen aan een kan kitten. Dit bindmiddel kan hulpstoffen bevatten.

Calciumsulfaatcomposiet bindmiddel

Een uit calciumsulfaat en één of meer andere bindmiddelen bestaand mengsel, dat vulstof(fen) en/of hulpstof(fen) kan bevatten.

Calciumsulfaatgebonden giet(dek)vloer

Dekvloer waarvan het bindmiddel uit calciumsulfaat bestaat. Ook wel anhydrietvloer genoemd.

Candlot-zout

Expansief (volumetoenemend) zout, dat zich vormt door de wisselwerking tussen verschillende materialen (o.a. cement) in aanwezigheid van water en vocht.

CAO

Collectieve Arbeidsovereenkomst.

Capillair

Zeer fijn kanaaltje, porie, of haarvat (met een diameter van enkele duizendsten of honderdsten van een mm) in een materiaal. Continue of doorlopende capillairen laten vochtbeweging toe.

Capillaire absorptie

Het opzuigen van een vloeistof door een materiaal met een open poriënsysteem als gevolg van capillaire werking.

Capillaire werking

Opname en beweging van vloeistoffen in kanalen, poriën of haarvaten door adhesiekracht.

Capillariteit

Verschijnsel dat zich uit in het opzuigen door capillaire krachten van water (of vocht) door de open capillairen (kanaaltjes) in een poreus materiaal.

Carbidfles

Toestel voor de meting van de massavochtheid van o.a. dekvloeren. Het principe berust op het vrijkomen van acetyleen (gas) wanneer calciumcarbide in contact komt. De fles vormt een hermetisch gesloten ruimte waarin een gewogen hoeveelheid van een verpulverd monster van bijvoorbeeld de dekvloer en carbide worden gebracht. Door het vrijkomen van het gas stijgt de inwendige druk, die aangegeven wordt op een manometer en rechtstreeks (d.m.v. nomogrammen) wordt omgezet in een vochtpercentage. Onderdeel van vochtmeetapparatuur.

Carbonatatie

Het opnemen van koolzuur, of de reactie van CO2 uit de lucht met kalk uit beton waardoor de alkaliteit afneemt (pH 13 - < 9). Hierdoor kan bij aanwezigheid van zuurstof en water een corrosief milieu ontstaan rond het wapeningsijzer.

Carbonatatiediepte

Diepte tot waar koolzuur door een materiaal (beton) is opgenomen.

Carborundum

Slijtvaste toeslagstof, technische benaming voor siliciumcarbide.

Cartouche

Opschriftblad met krul- en rolvormige omlijsting.

CAS nummer

Chemical Abstracts Service (Registry Number), een uniek nummer van een stof volgens het genoemde systeem.

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek.

Cellenbeton

Lichtgewicht, poriënrijk, industrieel vervaardigd materiaal met steenachtige eigenschappen. Wordt verkregen uit de grondstoffen kalk, cement, kwartszand, water en aluminiumpoeder.

Cellulose

Grondstof bereid uit hout en/of plantenvezels.

CE-markering

Conformiteitsteken, soort productlabel, dat aangeeft dat een product volgens Europese specificaties is getest en voldoet aan de Europese richtlijnen.

Cement

Het belangrijkste en meest toegepaste bindmiddel voor dekvloeren. Dit wordt toegepast in cementdekvloeren. Het is gewoonlijk portlandcement en wordt met zand en water gemengd. Ook kan er een extra wapening in worden aangebracht (staal of pvc).


De naam cement is ontleend aan het Latijnse caementum, breuksteen of bouwsteen. Cement, dat voornamelijk uit calciumwaterstofsilicaat bestaat, is een fijngemalen materiaal dat na mengen met water een plastische massa vormt, die zowel onder water als in de buitenlucht verhardt. Met cement kunnen daartoe geschikte materialen aaneengekit worden tot een stabiele massa.

Cementdekvloer

De cementdekvloer is de algemene term voer een dekvloer en is het meest toegepast. De basis is zand met een bindmiddel (veelal cement). Deze vloer kent vele uitvoeringen en typen, evenals vele eindafwerkingen. 

Cementgebonden terrazzovloer

Niet constructieve dekvloer die over het algemeen in twee lagen is opgebouwd, waarbij cement als bindmiddel wordt toegepast en waarvan de zichtbare toplaag uit terrazzo bestaat.

Cementhuid

Het buitenste laagje (slikhuid) van het beton dat voornamelijk bestaat uit cementsteen en waarin nagenoeg geen toeslagmateriaal aanwezig is. Deze laag bezit een zeer slechte samenhang en hecht in zeer geringe mate op het beton.

Cementmortel

Verharde cementspecie.

Cementpap

Een dun, vloeibaar mengsel bestaande uit cement en water. Eventueel met toevoeging van hulpstoffen.

Cementpasta

Zie cementpap.

Cementpleisterwerk

Een oppervlak dat door middel van stukadoren is voorzien van een cementpleister. Cementpleisterwerk wordt gekozen vanuit functioneel oogpunt.

Cementschuurwerk

Door middel van een cementgebonden materiaal een geschuurd uiterlijk aanbrengen op een ondergrond. Cementschuurwerk wordt gekozen vanuit esthetisch of functioneel oogpunt.

Cementslikhuid

Zie cementhuid.

Cementspecie

Specie waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, soms aangevuld met hulpstoffen en/of vulstoffen.

CEN

Comite Europeen de Normalisation: Europees Normalisatie Instituut, onderdeel in Nederland: NEN.

CFK

Afkorting voor Chloor Fluorkoolwaterstoffen (o.m. drijfgassen).

Chape

Belgische term voor ondervloer of slijtlaag.

Chemische belasting

Inwerking van chemische stoffen zoals bijvoorbeeld logen of zuren op stukadoorswerk of vloerenwerk.

Chemische droging

Verharding als gevolg van een chemische (scheikundige) vernetting.

Chemische hechting


  1. Primaire hechting (atomaire).

  2. Secundaire hechting (moleculaire, zoals de Van der Waals-verbinding).

Chemische pleister

Te ontraden term voor fabriekspleister (kunstharsgebonden of kunstharsgemodificeerde handpleister).

Chipsvloer

Coating of gietvloer waar chips (gekleurde snippers) zijn ingestrooid.

Chloorrubber

Een type kunsthars, vaak gebruikt als bindmiddel voor verf. Mag niet meer worden toegepast.

Classicisme

Richting in de kunst die de modellen der Griekse en Romeinse oudheid navolgt. In de architectuur betekent dit meestal de toepassing van de antieke orde. De orden zijn gebonden aan bepaalde verhoudingen en ornamenten waarbij de zuil het meest wezelijke element van alle onderdelen vormt.

CNV

Het Christelijk Nationaal Vakverbond heeft als taak de belangen van mensen te behartigen op het gebied van werk en inkomen. Ze werkt voor mensen die lid worden van de vakbond.

Coating

Een filmvormende laag (0,035-0,5 mm), die wordt gebruikt voor het conserveren of beschermen van materialen. Ook met een esthetische functie.

Cohesie


  1. Kracht die een inwendige hechting in een materiaal doet ontstaan en die zich verzet tegen het afbrokkelen van dit materiaal.

  2. Samenhang, aantrekking tussen de moleculen van een zelfde lichaam.

Coil Coating

Dit is het (industrieel) aanbrengen van een laklaag op een metaal om het te beschermen tegen corrosie. 

College B&W

Het college van burgemeester en wethouders (dikwijls het college van B en W of nog korter B en W genoemd) vormt het dagelijks bestuur van een Nederlandse gemeente.

Colonnade

Een reeks van zuilen die een hoofdgestel dragen en niet zoals bij een arcade met bogen verbonden zijn.

Composiet

Samengesteld materiaal.

Composiet orde

Vermenging van de corinthische met de lonische orde.

Compressibiliteit

Samendrukbaarheid.

Computervloer

Verhoogde systeemvloer, op de constructieve vloer gemonteerd t.b.v. de infrastructuur en klimaatbeheersing in een (computer)ruimte.

Condensatie

Overgang van de dampfase naar de vloeistoffase van een materiaal.

Consistentie


  1. Toestand van compactheid van bijvoorbeeld een specie voordat de binding begint.

  2. Plastisch gedrag van betonspecie, met name de gevoeligheid voor vervorming en ontmenging onder invloed van eigen gewicht of toegevoegde energie in de vorm van trillingen of druk.

Console


  1. Uit de muur stekend geprofileerde lijst langs een gevel, teneinde door schaduwwerking de horizontale geleding van de gevel te benadrukken.

  2. Vooruitspringend deel aan wand of gevel dat dient om iets te ondersteunen.

  3. Veelal enigszins S-vormige draag - of kraagsteen, meer hoog dan breed.

Constructief herstel

Herstel van bouwkundige gebreken aan een dragende constructie waarbij de draagkracht/sterkte behouden blijft of wordt hersteld.

Constructief verbinden

Het bouwkundig koppelen van bouwdelen tot een stabiele en duurzame constructie.

Contactgeluidsisolatie

Isolatie tegen contactgeluiden.

Continue korrelverdeling

Een korrelverdeling van het toeslagmateriaal waarbij alle fracties in meer of mindere mate aanwezig zijn.

Convectie

Warmteoverdracht via een stromend medium (bijvoorbeeld lucht).

Cordonlijst

Uitspringende sierlijst in een muur tussen twee verdiepingen die om een gebouw heen loopt.

Corinthisch

Een variant van de Griekse classistische bouwstijl uit Corinthië. Het meest eigene kenmerk van deze variant is de versiering van de kapitelen met motief van acanthus bladeren.

Corrosiesnelheid

De mate waarin een metaal wordt aangetast in de tijd wordt de corrosiesnelheid genoemd, en wordt uitgedrukt in mm/jaar.

Corrosieve verontreiniging

In bijvoorbeeld zwembaden zijn altijd door de toepassing van chloor corrosieve verontreinigingen, er dient voor de bevestigingsmiddelen en montage vlg. NEN-EN 13964 te worden gewerkt.

C-profielen

Metalen stelprofielen, draagprofielen, als basis van een wand of plafondraster.

Craquelé

Zie barstvorming. Fijne oppervlaktescheuren, met een grillig, onregelmatig patroon,veroorzaakt door droging of verharding.

Craquelering

Zie Barstvorming Craquele vertonende.

CUR

Civieltechnisch centrum Uitvoering Research en Regelgeving CUR is een netwerk van kennisvragers en kennisaanbieders, afkomstig van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Doel is de gezamenlijke ontwikkeling en verspreiding van kennis op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur, civiele techniek etc.

CUR-aanbeveling

Document dat in algemeenheid wordt toegepast als voornorm, ofschoon het die status niet heeft, op een specifiek vaktechnisch gebied. Uitgegeven door CUR.

Curing compound

Product dat op het verse beton meestal door verstuiving aangebracht wordt om het vochtverlies ten gevolge van verdamping te beperken. Het aanbrengen van curing compounds is bij dekvloeren niet gebruikelijk wegens het risico van wisselwerking met het hechtmiddel van de vloerbedekking.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z