Afbouwkeur encyclopedie

Header over Afbouwkeur.jpg

Kaleilaag. Osmose. Aanbranden. Wapeningsgaas. Er zijn heel veel afbouw specifieke termen. Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Vakbroeders verstaan elkaar doorgaans wel, maar we willen geen ‘bouwbylonische’ spraakverwarring. Daarom een afbouw encyclopedie om een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen toe te lichten.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z

Haarscheuren

Fijne scheurtjes in het oppervlak van een afwerklaag.

Halfronde afgeschuinde kant (HRAK)

Afwerking van een langszijde van een gipskartonplaat waarbij de plaat schuin afloopt en eindigt met een ronding.

Halfronde kanten

Afwerking van een langszijde van een gipskartonplaat waarbij de plaat eindigt met een ronding.

Hallenhuis

Gebouw met een vrijstaande gebintconstructie die het huis in drie beuken verdeeld. Het hallenhuis was in Midden-Nederland het gangbare boerderijtype.

Handlanger

Oude aanduiding van de werknemer die is belast met het verrichten van niet gespecialiseerde hulpwerkzaamheden.

HAO

Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoudf overgegaan in het Bedrijfschap Afbouw. Taken en activiteiten van het bedrijfschap worden op 1 januari 2015 deels overgenomen door het Technisch Bureau Afbouw.

Hardcementgebonden granulaten vloer

Cementdekvloer met harde toeslagmaterialen.

Harde vloerbedekking

Vloerbedekking in hard materiaal zoals een keramische tegel, marmermozaïek, natuursteen, marmer, betontegel, terrazzo, kunstharslaag, etc.?

Hardheid

Mate van weerstand tegen vervorming van een materiaal bij een puntbelasting.

Hardminerale plafondtegel

Hardgeperst plaatmateriaal van beperkte afmeting op basis van minerale vezel die vooraf fabrieksmatig is afgewerkt. Niet buigzaam.

Hars

Volgens de norm ISO 472 (1), een vast, halfvast of pseudo-vast organisch materiaal:



  • Met een bepaald, meestal hoog molekuulgewicht

  • met een neiging tot vloeien, indien het aan spanningen wordt onderworpen

  • gewoonlijk met een verwerkings- of smelttraject.


Men onderscheidt natuurhars, kunsthars en gemodificeerd hars.

Hechtende dekvloer

Dekvloer die hechtend is verbonden aan de dragende ondergrond.

Hechtgrond

Benaming voor een grondeermiddel, hulpmateriaal (1e laag) ter verkrijging van verbeterde hechting.

Hechting

De verbinding tussen meerdere materialen mogelijk gemaakt door hun fysische of chemische eigenschappen.

Hechtingsmiddel

Vloeibaar materiaal dat, op zichzelf of gemengd met het bindmiddel, in een dunne laag wordt aangebracht om de hechting van de dekvloer aan de dragende ondergrond te verbeteren.

Hechtlaag

Laag die de hechting tussen de dekvloer en de dragende ondergrond verbetert.

Hechtmortel

Te ontraden term voor hechtspecie.

Hechtpleister

Te ontraden term voor hechtspecie.

Hechtspecie


  1. Specie aangebracht op een ondergrond ter verbetering van de hechting van daarop aan te brengen verdere afwerkingen.

  2. Specie om al dan niet isolerende platen op een ondergrond te verlijmen.

Hechtsterkte

Meetwaarde van de binding tussen twee contactvlakken. Gemeten wordt de kracht (N) die nodig is om de hechting (N/mm2) te verbreken.

Hechttreksterkte

Mate van hechting tussen twee lagen (bijvoordbeeld een hechtende dekvloer op een dragende ondergrond).

Heilige dagen

Niet geraakte gedeelten van een geschilderd gepleisterd, geschuurd of gestructureerd oppervlak.

Helling

Een gewoonlijk lineaire afwijking ten opzichte van het horizontale vlak. De aflopende schuinte wordt doorgaans uitgedrukt in mm/m (zie afschot).

Herstel

Het opheffen van schade met het oog op het behoud van de gebruiksfunctie(s).

Hoekbeschermer

Een in de pleisterlaag opgenomen en daarmee één geheel vormend kantig of afgerond, stootvast profiel van metaal en/of kunststof.

Hoeklijn

Te ontraden term voor hoekbeschermer.

Hoeknaald

Te ontraden term voor hoekbeschermer.

Hoekprofiel

Te ontraden term voor hoekbeschermer.

Holle hoek

Een rondvormige inwendige hoek.

Holle hoekspaan

Spaan waarmee een holle hoek wordt getrokken.

Holle spaan

Spaan met een kleine zeeg, bedoeld voor het voegen van de naden tussen gipsplaten. Met de spaan kan 'te veel' voegmateriaal worden aangebracht. Tijdens droging vindt een dusdanige inklinking plaats waardoor uiteindelijk een vlakke voegafwerking ontstaat.

Holling

Een holle afwijking ten opzichte van het rechte vlak.

Homogeniteit

De mate waarin een materiaal dezelfde gelijkmatige verdeelde, mechanische, fysische, fysisch-chemische karakteristieken en samenstelling heeft.

Hoofdgestel

Breed, horizontaal lijstwerk met bepaalde verhoudingen. Een classicistische bekroning bestaande uit de onderdelen: kroonlijst, fries en architraaf.

Hoofdprofielen

Basisprofielen waaraan men de overige constructie/profielen bevestigt.

Hoogovencement

Hydraulisch bindmiddel waarbij de grondstof hiervoor hoofdzakelijk werd verkregen bij de bereiding van ruwijzer in hoogovens.

Hoogteligging

Het binnen de toegestane toleranties overeenkomen van de ligging van de bovenzijde van de vloer met een afgesproken peilmaat.

Houten vloerbedekking

Vloerbedekking bestaande uit houten lamellen, planken (parket) of eventueel tegels op basis van hout, al dan niet geagglomereerd met andere materialen.

Houtgraniet

Kunststeen, samengesteld uit magnesiet, magnesium-chloride en vulstoffen op basis van cellulose (zaagsel, kurkmeel e.d.).

Houtwolcementplaat

Plaat bestaande uit grove geïmpregneerde houtwolvezels gebonden door cement.

Houtwolmagnesietplaat

Plaat bestaande uit grove geïmpregneerde houtwolvezels, gebonden door magnesiet.

Huidbloodstelling

Aanduiding van gevarengradatie bij belasting van stoffen op de huid. Stoffen kunnen de huid beschadigen of binnendringen en vervolgens schade aanrichten. Op basis van de R-zinnen conform de EU project Risk Derm wordt één en ander aangegeven.

Huidtreksterkte

Weerstand van het oppervlak van een dekvloer tegen een trekbelasting loodrecht op het oppervlak.

Hulpstof

Stof die tijdens het mengen in kleine hoeveelheden aan een materiaal wordt toegevoegd, om de eigenschappen van dat materiaal in onverharde of verharde toestand te veranderen.

Hydratatie

Het verhardingsproces van een mineraal poeder met aanmaakwater. Zie ook cement.

Hydraulisch Bindmiddel

Zie bindmiddel met dien verstande dat water noodzakelijk is voor de te bewerkstellige chemische verandering.

Hydraulische kalk

Product dat door het verhitten van kalksteen (met een min of meer hoge verhouding aan silicium-aluminiumoxydehoudende stoffen) wordt verkregen en door contact met water bindt en verhardt. Er bestaat natuurlijke kunstmatige hydraulische kalk. Hydraulische kalk wordt in sommige betegelingsmortels en in pleisters gebruikt.

Hydrofoberen

Het waterafstotend maken van (bouw)stoffen door de toepassing van daartoe geëigende producten.

Hydrofoob

Waterafstotend; eigenschap van producten die worden toegepast om bouwstoffen (ondergronden) waterafstotend te maken. De diffusieweerstand wordt hierdoor in de regel niet beïnvloed. Zie ook Vochtwerend en vochtwerend middel.

Hydroxylgroep

Onderdeel van bijvoorbeeld de verharder (polyester of polyether) van een polyurethaan- of isocyanaatkunsthars. Chemische term: OH-reactieve groepen.

Hygroscopisch

Wateraantrekkend; de eigenschap van een bouwstof om vocht op te nemen.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z