Afbouwkeur encyclopedie

Header over Afbouwkeur.jpg

Kaleilaag. Osmose. Aanbranden. Wapeningsgaas. Er zijn heel veel afbouw specifieke termen. Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Vakbroeders verstaan elkaar doorgaans wel, maar we willen geen ‘bouwbylonische’ spraakverwarring. Daarom een afbouw encyclopedie om een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen toe te lichten.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z

Kaleilaag

Een slagregendichte dunne pleisterlaag op basis van hydraatkalk en zand.

Kalibreren

Het verrichten van de handelingen die nodig zijn voor het bepalen van de waarde van de afwijkingen van een meetmiddel ten opzichte van een overeengekomen standaard.

Kalk

Product verkregen uit kalksteen of schelpen. Kalk levert in de reactieve vorm van kalkhydraat zijn functie als bindmiddelcomponent (zie NEN 931).

Kalkdeeg

Pasteuze massa kalkhydraat. Kalkdeeg wordt verkregen door het branden en vervolgens blussen van kalksteen met een ruime overmaat water.

Kalkspecie

Specie waarvan het bindmiddel bestaat uit kalk.

Kalksteenmeel

Toeslagstof voor specie, met het oogmerk de plasticiteit van de specie aan te passen.

Kalkzandsteen

Blok of steen gefabriceerd uit onder andere gebluste kalk, zand en water.

KAM

Afkorting voor Kwaliteit, Arbo, Milieu.

Kantelaaf


  1. Neg, dagkant, vooruitspringend muurwerk om een kozijn, al of niet betimmerd met een kantstuk; plaatselijk met een platte voorkant van de kozijnomlijsting (aan straatzijde).

  2. Lichte nisachtige voorsprong, overgangslid tussen een muur of pijler en een pilaster of muurzuil.

Kantstrook

Flexibele scheidingsstrip die tussen de dekvloer en de aangrenzende bouwelementen wordt aangebracht.

Kapiteel

Bekroning van een zuil, pilaster of pijler, veelal voorzien van een beeldhouwwerk volgens de klassieke orde (Toscaans, Dorisch, Ionisch, Corinthisch, Composiet), de romaanse stijl (teerlingkapitelen) of de gotische stijl (bladkapitelen).

KCA

Afkorting voor Klein Chemisch Afval.

Keephout

Uitgekeept blok hout dat als een wig dienst doet om iets vast te leggen.

Keg

Een wig met een schuin vlak bestemd om een bouwdeel vast te zetten of op hoogte te stellen.

Keperboog

Boog of overwelving met rechte, schuin tegen elkaar geplaatste zijden, gelijk de opstaande zijden van een gelijkbenige driehoek.

Kernbeton

Het beton, uniform van samenstelling, direct gelegen achter de toplaag.

Ketenaansprakelijkheid

Aansprakelijkheid voor belasting- en premieschulden van iemand die in een reeks (keten) van personen een lagere plaats inneemt dan degenen die aansprakelijk wordt gesteld. Ketenaansprakelijkheid komt voor bij aanneming van een werk.

Keuren

Samengestelde handeling, die erin bestaat producten, processen of diensten waar te nemen, en vast te stellen of zij aan de gestelde eisen voldoen.

Kif

Niet-genormaliseerd riviergrind of rivierzand bestaande uit korrels van 2 tot 5 mm (kif 2-5) of van 3 tot 8 mm (kif 3-8), d.i. een zand of grind waar de fijne fracties ontbreken.

Kifbeton

Met kifgrind veredelde cementgebonden dekvloerspecie. Samenstelling in massadelen 1 portlandcement: 3 betonzand (0-4 mm): 1,2 fijn grind (2-8 mm).

Kifgrind

Een in hoofdzaak gebroken kwartshoudend toeslagmateriaal met een nominale korreldiameter van ten hoogste 16 en ten minste 4 mm.

Kit

Plastisch of elastisch afdichtingsmateriaal voor voegen en andere afdichtingen.

Kitvoeg

Het deel tussen twee (bouwkundige) elementen dat van een kit is voorzien.

Klauwstuk

Uit- en ingezwenkt zij- of vleugelstuk, gewoonlijk paarsgewijs ter weerszijden van de hals van een gevel of een dakkapel.

Klei

Minerale deeltjes met specifieke eigenschappen met een korrelgrootte kleiner dan 0,002 mm.

Klimatologische omstandigheden

De gesteldheid van wind, temperatuur en luchtvochtigheid.

Klokgevel

Gevel met een klokvormig uiterlijk.

Kloksterfput

In de meeste gevallen in de vloer ingebouwde afwatering met stankafsluiter.

Kloostervenster

Venstertype waarbij twee ramen van ongeveer gelijke grootte boven elkaar in 1 kozijn zijn gevat. Bij het oorspronkelijke kloostervenster is het bovenste raam voorzien van glas en het onderste van een luik.

Klos


  1. Uit de muur stekend houten of gemetseld blokje ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw, zoals de dakgoot.

  2. Klos is een eenvoudige console.

Kluitkalk

Zie kalkdeeg.

Knabbelschaar

Werktuig om metaal te knippen in een proces van herhaalde korte knipbewegingen.

Koelplafond

Plafondkoeling, oftewel een klimaatplafond bestaan uit metalen geperforeerde plafondpanelen waarop het klimaatdeel verlijmd wordt. Er liggen in spiraalvorm gebogen metalen buizen of matten van kunststofbuisjes los op standaard metalen plafondplaten. Het geheel wordt afgedekt met in Aluminiumfolie gesealde isolatiedekens. Bij een derde type zijn de spiralen of matten in de fabriek aan de platen gehecht of in een sandwichpaneel opgenomen.

Kolom

Zuil of pilaar.

KOMO

Kwaliteitskeurmerk voor Bouwproducten en Uitvoerende bedrijven in de bouw.

Koolwaterstoffen

Chemische verbindingen van koolstof en waterstof.

Koor

Een meestal veelhoekige afgesloten gedeelte aan het uiteinde van een (voormalige) rk-kerk, waar zich het hoofdaltaar bevindt. Het koor is veelal aan de oostzijde gelegen.

Kop

In het algemeen een smalle kant of zijde van een rechthoekige vorm. Wordt meestal gebruikt als verwijzing naar de smalste kant.

Kopgevel

Veelal kleinste gevel van een gebouw.

Koplat

Lat dienende om de naad tussen kozijn en muur te bedekken.

Kopse naden

Aansluiting van de smalle zijde tussen twee elementen

Kornis

Zie kroonlijst.

Korrelbeton

Lichtbeton met een grofkorrelige toeslag en een niet-continue korrelverdeling. In zijn laagdikte zijn kleine holten van 10 tot 30 mm tussen het grind aanwezig door het gebrek aan fijne elementen (zand). Wordt meestal gebruikt als beton met drainerende eigenschappen.

Korrelgroep

Verzameling van korrels die grotendeels blijven liggen tussen twee nader gespecificeerde zeven uit de in de norm voor het betreffende toslagmateriaal gedefinieerde zeefserie.

Korreligheid van het oppervlak

Oppervlakstructuur waarbij niet volledig omhulde korrels aan het oppervlak voelbaar zijn.

Korrelopbouw

Opbouw van toeslagmateriaal, de verdeling van fijn naar grof.

Korrelverdeling

De aanwezigheid van toeslagmateriaal in diverse korrelgrootten in specie en de verdeling daarvan over de diverse fracties.

Korteling


  1. Dwarsbalk in steigerwerk tussen steigerpaal en muur.

  2. Korte steigerbuis.

Korund

Natuurlijk, korrelvormig aluminiumoxide.

Koudebrug

Het deel van een constructie waar ten opzichte van de omgeving buitensporige warmtetransmissieverliezen optreden.

Kozijn

Omlijsting van steen, hout of ijzer, bestaande uit een onder- of bovendorpel en twee of meer stijlen; om een ingang of lichtopening te omlijsten en er een raam, deur of luik te bevestigen.

Kraagsteen

Uit de muur stekende steen die de geboorte van een boog draagt of, gelijk een console, een balk ondersteunt.

Kraal

Randprofilering, gewoonlijk in driekwart ronde vorm.

Krabpleister

Pleister waarvan, om esthetische redenen, de toplaag c.q. het oppervlak gedeeltelijk wordt weggekrabd zodat aan het oppervlak een ruwe gelijkmatig gestructureerde structuur ontstaat en waarbij vulstoffen zichtbaar zijn.

Kracht

De aantrekkingskracht van de aarde uitgeoefend op een massa, in N (newton) F=m x a, ofwel de uitkomst van de massa x versnelling in m/sec in de richting van de versnelling.

Krasvastheid

Mate van bestandheid tegen het inkrassen van een oppervlak.

Kratzputz

Te ontraden (Duitse) term voor krabpleister.

Krijten

Het verpoederen van een toplaag.

Krimp

Het verschijnsel dat een bepaald materiaal of samenstel van materialen een geringere omvang of afmeting krijgt. Dit kan gebeuren onder invloed van het verlies van vocht en onder inwerking van temperatuurverschillen.

Krimpnet

Net van onderling verbonden ijzeren staven in bijvoorbeeld beton met het doel de krimp die optreedt bij verharding en droging van beton te beheersen. Zie krimpwapening.

Krimpscheur

Scheur die ten gevolge van het krimpproces is ontstaan. Zie ook plastische krimpscheuren.

Krimpspanning

Spanning in een materiaal als gevolg van het krimpproces.

Krimpvoeg

Voeg door een deel van de dekvloerhoogte, met als doel om op gecontroleerde plaatsen krimpscheuren te laten ontstaan, of om lengteveranderingen als gevolg van krimp op te nemen.

Krimpwapening

Net van wapeningsstaven om te voorkomen dat krimpscheuren ontstaan. Zie ook krimpnet.

Kroonlijst

Horizontale uitspringende en meestal geprofileerde band, die de bekroning vormt van een muur onder het dak of boven een ander belangrijk bouwonderdeel zoals vensters, portiek, dakkapel, enz. In oorsprong de bovenste uitspringende lijst van een hoofdgestel, een element uit de Griekse bouwkunst. Een naar voren uitspringende sierende lijst op het raakvlak tussen wanden en plafonds of op een wand als onderdeel van een bepaalde bouwstijl.

Kruip

Vertraagd optredende, niet omkeerbare vervorming die zich voordoet als gevolg van een langdurige belasting van een materiaal of constructiedeel.

Kruisbloem

(Neo)gotische beëindiging van Wimbergen, pinakels, frontons en geveltoppen, in de vorm van een ronde of veelhoekige stam, aan de onderzijde afgesloten met een ring of bladkrans met in verscheidene lagen aan vier uitbottende knoppen.

Kruiskozijn

Een kozijn dat door een middenstijl en een tussendorpel in vieren gedeeld is. De twee onderste ramen zijn veelal draaibaar en voorzien van luiken.

Kruisribgewelf

Gewelf waarbij op de kruising van de tongewelven ribben zijn gemaakt. De tussenliggende gewelfkappen zijn met lichtere materialen opgemetseld.

Kubusdruksterkte

De druksterkte na 28 dagen verharding die wordt verkregen aan de hand van een genormaliseerde bepaling.

Kunsthars

Bindmiddel dat uit reactieve (thermohardende) organische kunsthars bestaat, met één of meer componenten (hars, harder, katalysator, versneller), en dat reageert bij de omgevingstemperatuur.

Kunsthars gemodificeerde cementgebonden dekvloer

Dekvloer waarvan het bindmiddel uit cement bestaat en waarvan de samenstelling is gemodificeerd met polymeerdispersie of met redispergeerbaar polymeerpoeder.

Kunstharsgebonden beschermlaag

Een verharde kunsthars, aangebracht als afwerklaag op een draag- of dekvloer, welke geschikt is om mechanische belastingen over te dragen naar de draagvloer en weerstand biedt tegen chemische belastingen, zonder dat daarbij gebreken ontstaan die de functi

Kunstharsgebonden dekvloer

Dekvloer met een reactieve kunsthars als bindmiddel, waarbij de gietbare of troffelbare specie in het werk door een chemische reactie van de kunsthars tot een verharde laag wordt omgezet.

Kunstharsgebonden mortel

Specie die door een chemische reactie van kunststoffen is uitgehard.

Kunstharsvloer

Zie kunststofvloer.

Kunststeen

Te ontraden term voor terrazzo en sierbeton.

Kunststofdispersie

Toeslagstof op basis van kunststoffen welke een verbetering bewerkstelligt van de fysische eigenschappen van bouwmaterialen zoals bijvoorbeeld mortels. Zie dispersie.

Kunststofvloer

Vloerafwerking waarbij als bindmiddel een kunststof wordt gebruikt.

K-Waarde

Oude aanduiding voor Warmtedoorgangscoëfficiënt.

Kwaliteit

Geheel van eigenschappen van een product, proces of dienst in relatie tot de eraan gestelde eisen die voortvloeien uit het door de verbruiker voorziene gebruiksdoel.

Kwaliteitsbeheersing

De operationele technieken en activiteiten die worden toegepast om te bewerkstelligen dat aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Kwaliteitsbeleid

De doelstellingen van een (bedrijfs)organisatie ten aanzien van kwaliteit, alsmede de wegen en de middelen die er toe leiden tot de verwezenlijkng van deze doelstellingen, zoals deze formeel tot uitdrukking komen in een verklaring van de directie.

Kwaliteitsborging

Het geheel van alle geplande en systematische acties nodig om in voldoende mate het vertrouwen te geven dat een product of dienst voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.

Kwaliteitscontrole

Controle van de kwaliteit van een product bij de fabricatie of bij de levering. Controle van de kwaliteit van het uitgevoerde werk.

Kwaliteitssysteem

De organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, procedures, processen en voorzieningen voor het ten uitvoer brengen van kwaliteitszorg.

Kwaliteitsverlies

De mate waarin de oorspronkelijke kwaliteit is verminderd.

Kwaliteitszorg

Het aspect van de totale managementfunctie dat bepalend is voor het vaststellen en ten uitvoer brengen van het kwaliteitsbeleid.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z