Afbouwkeur encyclopedie

Header over Afbouwkeur.jpg

Kaleilaag. Osmose. Aanbranden. Wapeningsgaas. Er zijn heel veel afbouw specifieke termen. Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Vakbroeders verstaan elkaar doorgaans wel, maar we willen geen ‘bouwbylonische’ spraakverwarring. Daarom een afbouw encyclopedie om een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen toe te lichten.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z

Tabakswet januari 2004

Het Burgerlijk Wetboek schrijft voor dat de werkgever moet voorkomen dat een werknemer schade lijdt bij de uitvoering van zijn werkzaamheden. De rechter ziet tabaksrook als een schadelijke stof, en blootstelling aan tabaksrook als een schadelijke situatie. Om gezondheidsschade te voorkomen, moet de werkgever bij de inrichting en het onderhoud van de werkruimte passende maatregelen treffen en, zo nodig, aanwijzingen geven.

Tadelakt

Tadelakt is een waterdichte glanspleister op basis van een natuurlijke hydraatkalk. Het woord Tadelakt is Berbers en betekent inwrijven.

Tandlijst

Lijst van blokjes. In metselwerk gevormd door om en om uitspringende koppen.

Te lood

Exacte verticale stand van een bouwdeel ten opzichte van het aardoppervlak.

Tegenstroommenger

Menger waarin de specie in tegengestelde richting stroomt van de hoofdbeweging van de menger.

Tengel

Een houten lat die tussen het dakbeschot en de panlat wordt geplaatst en loopt van de nok naar de goot.

Terracotta

Ongeglazuurd aardewerk.

Terrazzo

Sierbetonproduct bestaande uit een homogeen mengsel van voornamelijk korrels gebroken natuursteen met diverse kleurschakeringen, dat na verharding van het toegevoegde bindmiddel een oppervlaktebewerking ondergaat waardoor een vlak en glad of gepolijst oppervlak ontstaat.

Terrazzobedrijf

1. Een onderneming die ten behoeve van derden werkzaamheden verricht of doet verrichten als:



  1. Het vervaardigen van kunstgraniet, terrazzo, sierbeton en andere soortgelijke door menging van zand, grind, steenslag (grof en gemalen) al dan niet uitsluitend met cement of andere bindmiddelen verkregen producten.

  2. Het bewerken en/of afwerken van terrazzoproducten en -vloeren met de bedoeling het oppervlak de beoogde structuur, samenstelling of gebruikseigenschappen te geven door middel van verdichten, slijpen, schuren, boucharderen polijsten en/of soortgelijke werkzaamheden.

Terrazzovloer

Terrazzo is het Italiaanse woord voor terras. Door verder ontwikkelde technieken is de creatieve vrijheid van terrazzo groter dan die van marmeren vloeren. Van terrasbedekking is terrazzo steeds meer gegroeid naar een decoratieve afwerklaag. Terrazzo wordt naast vloeren ook gebruikt voor aanrechtbladen. Het is uitermate stoot- en krasvast. 


 

Terrazzowerk

De bedrijfsmatig verrichte werkzaamheden in het kader van de uitoefening van het terrazzobedrijf. Deze zijn in hoofdzaak te typeren als het vervaardigen van terrazzoproducten op basis van gebroken natuursteen en of andere stoffen en bindmiddel.

Terrazzowerker

Onder terrazzowerker wordt verstaan de werknemer die is belast met het zonodig volgens tekening verrichten van alle voorkomende werkzaamheden op het gebied van terrazzo sierbeton en houtgraniet.

Terugslag

Al het materiaal dat van de ondergrond terugkaatst en niet in de spuitlaag achterblijft.

Terugslaghamer

Ook: Schmidthamer. Testmethode voor de indicatieve bepaling van druksterkte van beton.

Textuur

De innerlijke structuur van een materiaal. Deze wordt bepaald door de wijze waarop de deeltjes aan het oppervlak van het materiaal naar grootte zijn gerangschikt.

Textuurdiepte

Mate van ruwheid van een oppervlak, bepaald volgens de "Sand-patch-" of zandvlekmethode.

TGG

Tijd gewogen gemiddelde.

Thermisch reinigen

Ook wel: Vlamstralen. Het verwijderen van verontreinigingen in een oppervlak door verhitting.

Thermische bestandheid

Het vermogen van een dekvloer om de gevolgen van temperatuurwisselingen zonder schade te weerstaan.

Thermische isolatie

Materiaal en/of element dat de warmtedoorgang (warmteverliezen) beperkt of afremt.

Thermohardend

Bij temperatuurverhoging onvervormbaar wordend.

Thermoplastisch

Bij temperatuurverhoging vervormbaar wordend.

T-huisboerderij

Boerderij van het hallenhuistype, waarbij het woonhuisgedeelte (voorhuis) dwars op het achterhuis is geplaatst. Beide delen zijn voorzien van een eigen dak.

Tijd voor ingebruikname

Vereiste tijdsduur voor een voldoende uitharding van een vloer of wand alvorens deze in gebruik genomen kan worden.

Timpaan

Het in een fronton besloten veld.

Tinas

Tinas (tinoxyde) is een fijn, wit, zacht poeder dat gebruikt wordt om te polijsten.

TNO

Bureau voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek.

Toeslagmateriaal


  1. Korrelvormige bestanddelen van species (bijv. zand, gebroken gesteenten, grind, gebroken anhydriet, enz).

  2. Mengsel van korrels dat geheel of gedeeltelijk uit een combinatie van diverse gebroken natuurlijke en/of kunstmatige bestanddelen bestaat.

Toeslagstof

Materiaal dat wordt toegevoegd aan een specie om de chemische en/of fysische eigenschappen te veranderen.

Tongewelf

Gewelf waarvan de dwarsdoorsnede een halfronde circel of spitsboog is. Het gewelf ontstaat door de boogvorm in één richting vele malen te herhalen, zodat de kruin van het gewelf uit één rechte lijn bestaat.

Topgevel

Gevel met een in een punt uitlopend geveldeel. Een topgevel staat meestal aan de korte zijde van een gebouw of vormt de hoofdgevel van een risaliet.

Topgeveldecoratie

Veelal in hout uitgevoerde versiering in de top van de gevel, variërend van een eenvoudig beschot tot een ajour.

Toplaag


  1. Een laag terrazzomortel die wordt aangebracht als vastliggende oppervlakte-afwerking van een vloer, en die na één of meer oppervlaktebewerking(en) bedoelt is om in het zicht te blijven.

  2. Bovenste laag van een cementdekvloer die desgewenst kan worden aangebracht en waarvan de speciesamenstelling zo is, dat er een aanzienlijke verbetering van de oppervlaktekwaliteit (zoals slijtvastheid en druksterkte) wordt verkregen.

  3. Bovenste laag of eindafwerklaag van een oppervlak.

Topping

Zie toplaag.

Toscaanse zink

Een door Romeinen vereenvoudigde versie van de Dorische zuil. De Toscaanse orde kenmerkt zich door de gladde ongecanneleerde zuil.

Tracering

In baksteen, natuursteen of soms in hout uitgevoerde decoratieve vulling in het bijzonder in de koppen van gotische vensters, nissen en muurvlakken.

Trapgevel

Gevel waarvan de top zich trapsgewijs versmalt.

Tras

Een bestanddeel van specie met een hydraulische werking en met de bijzondere eigenschap weinig alkalisch te zijn. De grondstof voor tras is tufsteen (een vulkanisch gesteente). Trascement is gewoonlijk van Duitse oorsprong.

Trascement

Cement vervaardigd met een hydraulische toeslag van fijn gemalen of gestampte tufsteen (puzzolaan).

Traskalk

Mengsel van tras en kalk in een bepaalde verhouding.

Travee

Begrip bij de vlakverdeling van gevels. De afstand tussen twee opeenvolgende steunpuntassen in de lengterichting van een gebouw of bouwonderdeel.

Treksterkte dekvloer

De treksterkte, ook wel trekweerstand genoemd, van een dekvloer waarbij de maximum spanning minus de rek wordt overschreden, en is de mate waarop de rek van een vloer wordt vastgesteld voordat er scheurvorming optreedt. Het komt voor bij bol staande vloeren. De eenheid is N/mm2.

Trekweerstand dekvloer

De trekweerstand, ook wel treksterkte genoemd, van een dekvloer waarbij de maximum spanning minus de rek wordt overschreden, en is de mate waarop de rek van een vloer wordt vastgesteld voordat er scheurvorming optreedt. Het komt voor bij bol staande vloeren. De eenheid is N/mm2.

Triforium

Bovenste zuilengalerij van een romaanse kerk.

Trilplaat

Toestel dat trillingsenergie overbrengt met het doel een betere verdichting te realiseren.

Troffelmortel

Mortel die als een half-plastische mortelspecie met een troffel op zijn definitieve plaats wordt gebracht.

Troffelvloer

Kunstharsgebonden vloerafwerking met hoge mechanische eigenschappen welke met een spaan wordt aangebracht en een dikte heeft van tenminste 4 mm.

Trommelstrak


  1. Uitdrukking die aangeeft in welke mate pleisterdragers zoals b.v. steengaas worden gespannen.

  2. Uitdrukking die de mate van spanning van pleisterdragers, zoals steengaas, aangeeft.

Tudorboog

Boog met getoogde hoeken en twee elkaar in het toppunt rakende rechte lijnen, waardoor een stompe hoek ontstaat.

Tufsteen

Sedimentair (afzettings)gesteente uit vulkanisch materiaal, doorgaans vulkaanas.

Tuitgevel

Puntgevel met links- en rechtsonder een klein horizontaal gedeelte en aan de bovenzijde eindigend in een smalle, rechthoekige hals.

Tussendorpel


  1. Element van hout, (kunst)steen, metaal of een ander materiaal aangebracht tussen twee vertrekken om al dan niet gelijksoortige vloerbedekkingen of niveau(vloerhoogte)verschillen te scheiden.

  2. Horizontale deel van een deur of raamkozijn niet zijnde de bovendorpel of onderdorpel.

Tussenlaag

Een laag mortel die tussen de toplaag en de draagvloer of -wand wordt aangebracht, en die dient voor het egaliseren van de draagvloer/-wand en het nivelleren van de spanningen veroorzaakt door verhardingskrimp van de cementrijke toplaag.

Tussenprofiel

Plafondprofiel dat geplaatst wordt tussen de hoofdliggers van een systeemplafond.

t-venster

Schuifvenster waarvan het onderste deel van een middenstijl is voorzien. Deze stijl en de dwarsregel voormen de letter T.

A  -  B  -  C  -  D  -  E  -  F  -  G  -  H  -  I  -  J  -  K  -  L  -  M  -  N  -  O  -  P  -  Q  -  R  -  S  -  T  -  U  -  V  -  W  -  X  -  Y  -  Z