Buigtreksterkte versus druksterkte

31 mrt 2015 | door: nexwork | onderwerpen: Vloeren

Buigtreksterkte versus druksterkte
De dikte van de vloer moet in relatie zijn tot de buigtreksterkte. Regelmatig wordt in bestekken een zwevende dekvloer gevraagd met een druksterkte van bijvoorbeeld D30. Niet de druksterkte, maar de buigtreksterkte is van belang voor een goede geluidsisolatie.

We lichten het graag toe: ‘Wat gebeurt er als je op een stoeptegel gaat staan, die op een spons ligt?’ De spons wordt dan platter en er gebeurt niets met de stoeptegel. Een minimale druksterkte eisen voor een zwevende vloer op isolatiemateriaal is daarom zinloos. Het belang van buigtreksterkte echter wel: ‘Als je bovenop een houten plank gaat staan, die op twee kolommen met een tussenruimte van een meter rust, wat gebeurt er dan?’ Afhankelijk van het gewicht en de dikte van de plank zal deze doorveren, of door midden breken. De mate waarin de plank kan meeveren zonder te breken, is dus van belang: dat is de buigtreksterkte! En een dekvloer is in dit voorbeeld eigenlijk niets meer dan een hele harde, stijve plank.

Bezint eer ge begint

Een goed ontwerp en heldere communicatie over wat op basis van de geluidisolatie-eisen gemaakt kan worden, voorkomt ellende. Een gebouw ontruimen, omdat de vloer door kennis- of kwaliteitsgebrek niet voldoet of scheurt, daardoor hersteld of vernieuwd moet worden, is vele malen duurder dan in één keer de juiste zwevende dekvloer met akoestische scheidingslaag te leggen. 

Richtlijn

We verwijzen daarom graag naar de richtlijn 2.4 'Cementgebonden en calciumsulfaatgebonden dekvloeren in relatie tot contactgeluid' waarin uitgebreide informatie is opgenomen over de mogelijkheden van dekvloeren in relatie tot contactgeluid.