De opbouw van een vloer

19 dec 2014 | door: nexwork | onderwerpen: Vloeren

De opbouw van een vloer
Een totale vloerconstructie is altijd opgebouwd uit één of meer lagen. Dit kan een draagvloer of dragende ondergrond zijn, eventueel een dekvloer én eventueel een vloerafwerking.

Draagvloer
Daarbij is de definitie van een draagvloer of dragende ondergrond “het constructiedeel dat de dragende functie vervult”. 

Dekvloer
Voor een dekvloer geldt de definitie: “laag of lagen dekvloermortel  die in het werk direct op de dragende ondergrond, hechtend of  niet-hechtend, of op een scheidings- of isolatielaag is of zijn aangebracht, teneinde één of meer van de volgende functies te vervullen:

  • een bepaald peil te bereiken
  • het aanbrengen van vloerafwerking
  • dienst doen als gerede vloer”

Andere benamingen
In Franstalige landen wordt wel gesproken van chape, in Duitstalige landen van Estrich en in Engelstalige landen van Screed. 

Vloerafwerking
De definitie van een vloerafwerking benoemen we als “de bovenste laag van een vloer die direct wordt blootgesteld aan gebruik”. 

Bovengenoemde definities zijn overgenomen uit NEN-EN 13318 “Vloermortels en dekvloeren - Definities”. Hierin zijn talrijke definities opgenomen voor begrippen die in de vloerenwereld worden gebruikt. Onder, tussen of in deze lagen (draagvloer, dekvloer,  vloerafwerking) kunnen verder nog voorkomen:

  • een puinbed, verdicht zandpakket of werkvloer (onder  draagvloer)
  • dampdichte of waterkerende lagen
  • scheidingslagen om materialen bewust los van elkaar  te houden
  • isolatiemateriaal
  • leidingen, zoals vloerverwarming