Een egaal gekleurd kunstharsgebonden pleistersysteem

22 dec 2015 | door: nexwork | onderwerpen: Stucwerk

Een egaal gekleurd kunstharsgebonden pleistersysteem
Een gekleurd kunstharsgebonden pleistersysteem kan worden toegepast voor het decoratief afwerken van diverse nieuwe of bestaande gestukadoorde ondergronden. Om overtuigd te zijn van een goede, blijvende hechting en het egaal drogen van de gekleurde sier- of spuitpleisterlaag, volgt u onderstaande verwerkingsrichtlijn en randvoorwaarden op.

Ondergronden die geschikt zijn voor afwerking met een kunstharsgebonden pleistersysteem:

  • kalkzandsteen lijmblokken en lijmelementen;
  • baksteen;
  • cellenbeton;
  • (lichtgewicht) beton; 
  • gipsblokken;
  • gipskarton– en gipsvezelplaten;
  • bestaande gestukadoorde ondergronden.

Proefvlak

Over het algemeen wordt een kleur gekozen aan de hand van een kleurenwaaier van de fabrikant/leverancier. Deze kleuren worden weergegeven op gladde ondergronden van papier of karton. Omdat kunstharsgebonden sier- en spuitpleister geen gladde structuur hebben, kan door schaduwwerking van de structuurlaag een kleine kleurafwijking ontstaan ten opzicht van de kleur op de kleurenwaaier. Op basis van een benoemd proefvlak kan een kleur worden vastgesteld.

Kwaliteit van de ondergrond

De ondergrond dient droog, schoon en draagkrachtig te zijn. Voor reparaties, die kort voor dat het kunsthars gebonden pleistersysteem wordt aangebracht nog moeten worden uitgevoerd, dienen kalkvrije producten te worden gebruikt. Pure gipspleisters lenen zich hier bij uitstek voor. Tevens moeten ondergronden voldoen aan de geldende vlakheidseisen. Daarnaast dient er sprake te zijn van een licht egale zuiging (vochtopname) van de ondergrond. Breng, afhankelijk van de aan te brengen sierpleister, op de ondergrond eerst een kwartshoudende voorstrijk in de gewenste kleur aan.

Klimatologische omstandigheden in de werkruimte (aanbeveling)

  • Het gebouw dient water-, winddicht en opgeruimd te zijn.
  • Tijdens het afwerken van wanden en plafonds dient de temperatuur van de lucht en van de af te werken oppervlakken minimaal +5 °C te bedragen. Bij voorkeur geldt echter een temperatuur tussen de +10 en +20 °C.
  • Het (overtollige) vocht dient goed (niet snel en geforceerd) te worden afgevoerd d.m.v. verwarmen en ventileren. Streef naar een relatieve luchtvochtigheid van < 80%.
  • Bovenstaande eisen aan temperatuur en relatieve luchtvochtigheid dienen tijdens het drogings- en filmvormingsproces gehandhaafd te blijven.

Materiaal en opslag

  • Kalkzandsteen lijmblokken of lijmelementen, bakstenen, cellenbeton, gipsblokken en gipskarton- en gipsvezelplaten etc. dienen, onder verantwoordelijkheid van het verwerkend bedrijf en de (hoofd)aannemer droog en volgens voorschriften te worden verwerkt en dus tijdens de opslag en na verwerking tegen weersinvloeden te worden beschermd.
  • Voorstrijkmiddelen, reparatiemiddelen en het gekleurde kunstharsgebonden sier- of spuitpleister dienen (binnen) droog te worden opgeslagen bij een temperatuur van minimaal + 5 °C .
  • Het verdient aanbeveling het voorstrijkmiddel en het sier- of spuitpleister op kleur bij de fabrikant of leverancier te bestellen. Emmers en zakken per vertrek onderling goed mengen. Ook kunnen het voorstrijkmiddel en het sier- en spuitpleister op de bouwplaats op kleur gemaakt worden met door de fabrikant of leverancier geleverde pigmenten. Om kleurverschillen te voorkomen dienen deze altijd per wand of vertrek onderling homogeen vermengd te worden.
  • Alle materialen dienen voor het verlopen van de houdbaarheidsdatum verwerkt te worden.

Controle en inspectie 

In de dagelijkse praktijk wordt er vanuit gegaan dat met het aanbrengen van een gekleurd kunstharsgebonden pleistersysteem kan worden begonnen als de ondergrond winddroog is. In veel gevallen is de ondergrond dan echter nog niet droog genoeg om schadevrij te kunnen voorbehandelen en af te werken. Voordat de werkzaamheden worden opgestart, dient een visuele inspectie plaats te vinden. Aansluitend dienen overal steekproefsgewijs - zeker op natte plekken - indicatieve vochtmetingen uitgevoerd te worden. Als minimale eis geldt dat de ondergrond niet meer dan 2 gewichts procent vocht mag bevatten. Om het vochtgehalte non-destructief (indicatief) te kunnen bepalen, kan met behulp van een elektrische vochtmeter een oppervlaktemeting worden uitgevoerd. Voor het bepalen van het vochtgehalte gaat de voorkeur echter uit naar het gebruik van een CM-meter. Daarmee kan het inwendige vochtgehalte in gewichtsprocenten tot 5 a 7 cm diep worden bepaald.

Voorbereiding, reparatie en voorbehandeling

  • Restanten (slurrie en stof) van het infrezen van leidingsleuven etc. moeten grondig worden verwijderd.
  • Ondergronden dienen goed gerepareerd te worden. Gaten en leidingsleuven en naden van gipskarton- of gipsvezelplaten volledig vlak dichtzetten met kalkvrije producten. Deze reparaties volledig laten drogen.
  • Hoekbeschermers en pleisterprofielen volledig (vol en zat) inbedden in gips of, afhankelijk van het bindmiddel van de raap- of uitvlaklaag, een geëigende cementgebonden stelspecie. Dit om zuiging te houden op de veelal gesloten dunpleisterprofielen.
  • In sommige gevallen is het verstandig een egale zuiging tot stand te brengen en de ondergrond geheel over te  pleisteren met kalkvrije producten.
  • (Gestukadoorde) ondergronden vooraf controleren op delen ongebonden kalk (het vaststellen van de alkaliteit). Dit kan worden bepaald met lakmoespapier of met fenolftaleïne. Indien een alkaliteit  wordt vastgesteld van PH > 11 het oppervlak langdurig laten drogen tot een alkaliteitsgehalte van PH < 9 wordt vastgesteld.
  • Afhankelijk van het soort ondergrond, het vochtopnemend vermogen van de ondergrond en de hoeveelheid stof die op het oppervlak van de ondergrond aanwezig kan zijn, dient op de volledig droge ondergrond (< 2 gew. %) een diepgrondeerlaag te worden aangebracht. Deze diepgrondeerlaag volledig laten drogen.
  • Bij toepassing van een kunstharsgebonden sierpleister een op kleur gebracht kwartshoudend voorstrijkmiddel aanbrengen. De kleur van het voorstrijkmiddel moet overeenkomen met de gewenste kleur van het sierpleister. Het voorstrijkmiddel altijd verwerken volgens de voorschriften van de fabrikant. Het is verwarmen en daarbij goed te ventileren. belangrijk dat de ondergrond over een gelijkmatig zuigend vermogen blijft beschikken. Vooral bij blokkenwanden dient de ondergrond en de reparatiebaan ter plaatse van de voeg van cellenbeton- of gipsblokken gelijkmatig te zuigen! Op kleur aangebrachte voorstrijklagen minimaal 24 uur laten drogen;
  • Nicotineaanslag, roet– en roestvlekken vooraf behandelen met een geschikt isolerend voorstrijkmiddel;
  • Niet te behandelen bouwdelen (bijv: kozijnen, vloeren, ramen en deuren) goed maskeren en afdekken.

Het aanbrengen van een kunstharsgebonden pleistersysteem in kleur

  • Tijdens het drogen van het gekleurde pleistersysteem zullen de fijne bestanddelen terugtrekken naar de ondergrond en deze afdekken. Als er een onregelmatige zuiging is kunnen plaatselijk drogingsverschillen ontstaan waardoor de fijne bestanddelen op het oppervlak van het pleister afbinden en na droging van het pleister lichter van kleur blijven.
  • Indien het voorstrijkmiddel en het sierpleister op de bouwplaats worden gekleurd, dient per wand of vertrek voldoende materiaal te worden aangemaakt. Voor de maximale hoeveelheid kleurpigment die mag worden toegevoegd, dienen de voorschriften van de fabrikant of leverancier te worden aangehouden.
  • Breng het sierpleister aan met een roestvast stalen spaan en structureer deze met de daarvoor bestemde structuurspaan.
  • Bij gekleurde kunstharsgebonden spuitpleister eerst een meslaag aanbrengen. Het kwasten van de hoeken en messlagen dient snel na het aanbrengen van de meslaag te gebeuren met een niet te natte kwast om witte strepen en vlekvorming te voorkomen.
  • Na volledige droging van de op kleur aangebrachte meslaag een gekleurde korrellaag aanbrengen. De kleur van de korrellaag dient te zijn afgestemd op de kleur van de gekleurde meslaag. Indien na het aanbrengen van de korrellaag een niet egaal beeld is ontstaan kan een tweede gekleurde korrellaag worden aangebracht.

Conditionering tijdens de drogingsfase

  • Na het aanbrengen van het gekleurde kunstharsgebonden pleistersysteem dienen de gestukadoorde ruimtes goed geconditioneerd (d.m.v. verwarmen en ventileren) te worden.
  • Bij slechte droging zullen niet zuigende of slecht zuigende gedeelten in de ondergrond zichtbaar worden en als vlekken zichtbaar blijven.
  • (Gekleurde) kunstharsgebonden pleisterlagen die langdurig nat blijven, kunnen leiden tot verkleuring of in het ergste geval tot onthechting.
  • De temperatuur dient minimaal + 5 °C te bedragen. Bij voorkeur geldt echter een omgevingstemperatuur die ligt tussen de + 10 en + 20° C.
  • Te snel en geforceerd drogen  (vroegtijdig uitdrogen) moet worden voorkomen.

Checklist

  • Is het gebouw water-, wind- en glasdicht?
  • Is de omgevingstemperatuur in de werkruimte voldoende?
  • Is de ondergrondtemperatuur in de werkruimte voldoende?
  • Zijn er voldoende ventilatiemogelijkheden?
  • Is de ondergrond volledig droog?
  • Is de ondergrond schoon, alkali- en stofvrij?
  • Is de ondergrond vlak genoeg?
  • Zijn de conditioneringsomstandigheden voldoende?
  • Is de relatieve luchtvochtigheid <80%?
  • Is de geleverde kleur gecontroleerd en conform de afspraak?