Hechtende dekvloeren met vloerverwarming: let op het volgende

07 sep 2015 | door: nexwork | onderwerpen: Vloeren

Hechtende dekvloeren met vloerverwarming: let op het volgende
Vloerverwarming wordt tegenwoordig steeds vaker als bij- of hoofdverwarming toegepast. Het is gebruikelijk om vloerverwarming op te nemen in zwevende dekvloeren. In de praktijk blijkt men pas laat in het bouwproces te besluiten om vloerverwarming toe te passen. Dit kan detailleringsproblemen opleveren, omdat vooraf geen rekening is gehouden met de benodigde aanleghoogte. Om dit te vermijden wordt er steeds vaker voor gekozen de vloerverwarming in een hechtende dekvloer op te nemen.

Onthechting van dekvloeren is een bekend fenomeen. In combinatie met vloerverwarming bestaat een grotere kans op onthechting. Door een zorgvuldige uitvoering, onder andere door de vloer aan te branden) kan de kans op onthechten beperkt worden. De onthechting treedt op als de schuifspanning die ontstaat door de opwarming van de vloer, de treksterkte van de mortel op het aanhechtvlak tussen dek- en constructievloer overschrijdt.

Dekvloer met scheidingslaag

Indien plaatselijke of totale onthechting ongewenst is, kunt u beter kiezen voor een dekvloer op een scheidingslaag en/of isolatielaag en deze rondom voorzien van kantstroken. Lees hier meer over

Waarop te letten?

Bij toepassing van vloerverwarming in (hechtende) dekvloeren moet rekening worden gehouden met de volgende punten. Deze worden allen in dit artikel nog uitgelegd:

  1. de oppervlaktestructuur van de ondergrond;
  2. de beschikbare hoogte;
  3. de bouwkundige dilataties;
  4. de afmetingen van de vloervelden;
  5. de montagewijze van de vloerverwarmingsleidingen;
  6. de wenselijkheid van toepassing van wapening;
  7. de nabehandeling en ingebruikname;
  8. de geldende regelgeving.

1. Oppervlaktestructuur ondergrond

De ondergrond moet voldoende ruw zijn zonder grote onregelmatigheden zoals onvlakheden > 15 mm (grindbiggels, hoogteverschillen kanaalplaten e.d.). Daarnaast moet de ondergrond een licht aanzuigend vermogen hebben. De ondergrond mag geen verontreinigingen bevatten die de hechting nadelig kunnen beïnvloeden, bijv. een slikhuid, stof, olie, vet enz. 

2. Beschikbare hoogte

Het peil van de constructievloer moet zodanig zijn dat overal voldoende dikte kan worden gerealiseerd. Een eventuele toog van de constructievloer mag dit niet in de weg staan. De vlakheid van de ondergrond moet zodanig zijn dat overal de minimale dikte van de dekvloer kan worden gerealiseerd en dat tevens geen grote verschillen in laagdikte ontstaan. Grote niveauverschillen (> 15 mm) moeten vooraf worden uitgevlakt of worden geëgaliseerd met een cementgebonden egalisatiemortel. 

3. Bouwkundige dilataties

Bij hechtende dekvloeren moeten bouwkundige dilataties LINK nieuw item K&K altijd in de dekvloer worden doorgezet. Aanbevolen wordt de dilataties met een geëigend profiel uit te voeren om het afbrokkelen van randen van de dekvloer te voorkomen.

4. Afmeting vloervelden

Bij hechtende dekvloeren is de afmeting van vloervelden in principe onbeperkt. Echter, door de materiaalkrimp kan scheurvorming ontstaan. 

5. Montagewijze vloerverwarmingsleidingen

Doorgaans worden vloerverwarmingsleidingen aan een montagenet bevestigd. Dit komt de hechting van de dekvloer niet altijd ten goede. Het montagenet maakt het namelijk moeilijk om het gehele oppervlak van de ondergrond aan te branden (Bij toepassing van calciumsulfaatvloeren is aanbranden overigens niet noodzakelijk). Ook zorgt het montagenet ervoor dat de dekvloer niet over het gehele oppervlak hechting krijgt met de constructievloer. Daarnaast kan bij het gebruik van de vloerverwarming schuifspanning optreden op het hechtvlak tussen dek- en constructievloer, met als gevolg oneigenlijke spanningsconcentraties en daaruit voortvloeiende schades. 

Door de warmwaterleidingen van de vloerverwarming met beugels op de constructievloer te bevestigen, ontstaan meer puntverbindingen en kan makkelijker worden aangebrand. Dit vermindert de kans op onthechting, hoewel dit nooit uitgesloten kan worden. Bij een gehechte vloer heeft het de voorkeur om de leidingen te beugelen op de constructievloer.

6. Wenselijkheid toepassing van wapening

Wapening dient om krimpspanningen op te vangen. Bij toepassing van calciumsulfaatvloeren is het vanwege de hoge interne buigtreksterkte niet noodzakelijk om wapening op te nemen. Bij toepassing van cementgebonden dekvloeren verdient het aanbeveling om direct na het aanbranden van de constructievloer de vloerspecie tot op de bovenkant van de warmwaterleidingen aan te brengen, te verdichten en aansluitend daarop een wapeningsnet aan te brengen. Vervolgens moet de toplaag van de vloerspecie worden opengehaald. Direct daarna moet op het wapeningsnet de vloerspecie worden aangevuld totdat een minimale laagdikte van 25 mm ontstaat, gemeten vanaf de bovenkant van de warmwaterleiding. Door het aanbrengen van een wapeningsnet op de warmwaterleidingen wordt de kans op krimpscheuren in de cementgebonden dekvloer tot een minimum beperkt.

7. Nabehandeling en ingebruikname

Het is van belang om het krimpen c.q. scheuren van een vloer te beperken. Hiervoor dient de vloer goed te worden na behandeld. Dit kan op verschillende manieren:

  • regelmatig met water bevochtigen;
  • afdekken met een dampremmende folie;
  • een curing compound aanbrengen.

Calciumsulfaatvloeren hebben geen nabehandeling nodig. Om de droging en de hechting van de aan te brengen vloerbedekking of vloerafwerking te bevorderen, dient de slikhuid, die inherent is aan enkele typen calciumsulfaatvloeren, te worden weggeschuurd. 

Als vuistregel kan worden aangehouden dat cementgebonden dekvloeren na 28 dagen volledig kunnen worden belast. Voordat dekvloeren van een vloerbedekking of vloerafwerking worden voorzien, moet het opstook- en afkoelprotocol worden ingezet. 

Door de hoge interne buigtreksterkte van calciumsulfaat kan de ingebruikname van dit vloertype, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en mortelkwaliteit, veelal eerder plaats vinden.

8. De geldende regelgeving

Bij het aanbrengen van deze vloeren moet rekening worden gehouden met verschillende normeringen en regelgeving zoals:

  • NEN 2741:2001/A1:2008 nl
  • NEN 2742:2007 nl
  • NEN 2747:2001 nl

Andere relevante artikelen