Kunststofvloerafwerkingen: welk type, hoe dik en hoe sterk?

09 jan 2017 | door: afbouwkeur | onderwerpen: Vloeren

Kunststofvloerafwerkingen: welk type, hoe dik en hoe sterk?
Voor het aanbrengen van afwerklagen op basis van kunstharsen, de zogenoemde kunststofvloerafwerkingen, zijn verschillende mogelijkheden. Deze vloeren zijn in te delen in hoofdcategorieën met gebruikelijke laagdiktes en een nadere toelichting ten aanzien van de belasting.

Kunststofvloerafwerkingen zijn onder te verdelen in de volgende hoofdcategorieën:

  1. Impregneermiddelen
  2. Coatingvloeren (type A en B)
  3. Gietvloeren
  4. Mortelvloeren
  5. Uitvulmortels/-lagen

1. Impregneermiddelen

Er bestaat een onderscheid tussen (A) filmvormende en (B) niet-filmvormende impregneermiddelen. Kenmerk van deze producten is dat ze niet zijn bedoeld om laagdikte te realiseren, of om weerstand te bieden aan de directe mechanische belastingen. Het enige doel is om de poriën in bijvoorbeeld beton of cementgebonden dekvloeren te vullen. Toegevoegde waarden zijn een verbeterde reinigbaarheid, een eventueel verbeterde chemicaliënbelasting en het voorkomen van het stuiven van vloeren.

A. De niet-filmvormende producten

Hieronder vallen de impregneermiddelen zoals silanen en oligomeersiloxanen. Laagdikte wordt met deze producten niet bereikt en is onbenoemd.

B. De filmvormende producten

Hiertoe behoren onder andere waterige dispersies van acrylaten, watergedragen epoxy impregneer, oplosmiddelhoudende impregneermiddelen op basis van epoxy en polyurethaan en polyurethaan-dispersie impregneermiddelen. Met deze producten wordt weliswaar een laagdikte bereikt, maar deze is ondergeschikt aan de toepassing en behoort niet tot de doelstelling.

Aangezien impregneermiddelen niet bedoeld zijn om laagdikte te realiseren, geldt hier een mechanische belastbaarheid zoals bedoeld voor de oorspronkelijke onbehandelde ondergrond. Als met belasting de resistentie tegen chemicaliën of vervuilende stoffen wordt bedoeld, is - afhankelijk van het gebruikte type - een meerwaarde en een toegestane belasting vast te stellen.

2. Coatingvloeren

Hier is het volgende onderscheid in laagdiktes te maken:

rolcoatings tot ca. 100 μm droge laagdikte (worden tot de dunlaag/verfachtige systemen gerekend);
rolcoatings vanaf 250 - 300 μm tot 500 μm (worden tot de meer bodyhoudende vloercoatings gerekend);
C laagdiktes tussen 500 μm en 1000 μm (aangebracht met rakel en doorgerold, vormen een overgangsgebied tussen deze categorie en categorie 3: gietvloeren).

A. Rolcoatings tot ca. 100 μm (droge laagdikte)

Deze coatingsystemen leveren géén toegevoegde waarde aan de mechanische belastbaarheid van de oorspronkelijke ondergrond. In bepaalde gevallen kan wel een verbeterde slijtvastheid en bestendigheid tegen chemicaliën worden bereikt, voor zover de coating niet mechanisch is beschadigd.

B. Rolcoating vanaf 250 μm tot 1000 μm (droge laagdikte)

Dit coatingsysteem biedt een geringe meerwaarde ten aanzien van mechanische belastbaarheid. De meerwaarde van het systeem ten aanzien van chemicaliënbelasting is aanzienlijk, mits het hierop is afgestemd.

3. Gietvloeren

Er is een onderscheid tussen de dunlaagsystemen (ca. 1 tot 1,5 mm laagdikte) en de meer gebruikelijke 2 mm laagsystemen. Af en toe worden ook laagdiktes tot wel 4 mm toegepast.

Gietvloeren worden doorgaans toegepast wanneer - bijvoorbeeld vanwege chemicaliënbelasting of door hygiënische eisen - een naadloze vloerafwerking nodig is. De mechanische belasting kan variëren van matig tot middelzwaar heftruckverkeer, maar is meestal sterk afhankelijk van de sterkte van de ondergrond waarop de gietvloer wordt aangebracht.

4. Mortelvloeren

Mortelvloeren zijn onder te verdelen in types specifiek voor industriële toepassing (vaak troffelvloer genoemd) en types voor algemeen gebruik, waaronder meer esthetische toepassingen. De mortelvloer 'Siergrindvloer' is specifiek ontworpen voor esthetische toepassingen in bijvoorbeeld woningen, showrooms, entrees en kantoorruimten.

Met minimaal driemaal de grootste korrelfractie is de laagdikte van een mortelvloer doorgaans tenminste 5 mm. In één arbeidsgang kunnen laagdiktes tot maximaal 20 mm worden aangebracht. Dikkere lagen zijn mogelijk, maar dit komt de kwaliteit van het verdichten niet ten goede.

Mortelvloeren/troffelvloeren worden specifiek toegepast wanneer weerstand moet worden geboden aan hoge mechanische belastingen en/of een chemische belasting. De siergrindvloer is specifiek bedoeld als esthetische vloerafwerking en is, zonder een op de gebruikssituatie afgestemde nabewerking, niet bestand tegen meer dan lichte tot maximaal middelmatige belastingen.

5. Uitvulmortel/-lagen

Uitvulmortels zijn specifiek ontworpen om als schakel tussen de ondergrond en de uiteindelijke afwerklaag te dienen. Ze worden onder meer toegepast voor het uitvullen van grote oneffenheden in de ondergrond, om extra laagdiktes te realiseren waardoor op het duurdere toplaagmateriaal wordt bespaard, of om een hogere snelheid van werken en snellere ingebruikname van de vloer te bereiken. Laagdiktes in deze materialen lopen uiteen van ca. 5 mm tot 50 mm, soms zelfs tot 75 mm. Zowel de op dit materiaal toe te laten mechanische als chemische belasting is doorgaans vergelijkbaar met die van de troffelvloer.

Typering kunststofvloeren.jpgTypering kunststofvloeren.jpg