Opstook- en afkoelprotocol vloerverwarming

08 sep 2015 | door: nexwork | onderwerpen: Vloeren

Opstook- en afkoelprotocol vloerverwarming
In calciumsulfaat en cementgebonden dekvloeren waarin vloerverwarming is opgenomen, kan scheurvorming ontstaan door thermische lengteveranderingen. Om dat risico zoveel mogelijk te beperken, is het noodzakelijk de vloerverwarming tijdens het drogingsproces van de dekvloer langzaam en met regelmaat op temperatuur te brengen. Het is raadzaam daarvoor onderstaand opstook- en afkoelprotocol te hanteren.

Dit opstook- en afkoelprotocol moet bij voorkeur meermaals worden uitgevoerd voordat een vloerbedekking of andere afwerking, zoals tegels of laminaat wordt aangebracht.

Definities

Onder vloerverwarming wordt in dit opstook- en afkoelprotocol een warm­waterleiding verstaan die in de dekvloer is opgenomen. De vloer moet boven die waterleiding ten minste 25 mm dik zijn. Dit protocol geldt niet voor terrazzovloeren. Het opstook- en afkoelprotocol voor vloerverwarming gaat uit van de watertemperatuur van de verwarmingsinstallatie en niet van een eventuele thermostaattemperatuur in de betreffende ruimte. 

Temperatuur

Het is verstandig om het proces voort te zetten tot het water een temperatuur heeft bereikt van ten hoogste 40 °C. Algemeen geldt dat het water niet warmer dan 40 °C mag worden. Installatiebedrijven geven nogal eens 55 °C als maximum temperatuur aan. Dit levert echter een aanzienlijk verhoogd risico op scheuren op. Ook onthechting van de dekvloer is dan een reëel risico. Als het niet noodzakelijk is om 55 °C aan te houden, dan verdient het aanbeveling het opstookprotocol op 40 °C af te stemmen. Ga zeker niet hoger dan 55 °C. De schadekans stijgt namelijk enorm!

Uitharden

Ook is het van belang dat de dekvloer ongeveer op eindsterkte is. Dit maakt dat cementgebonden dek­vloeren bij voorkeur niet binnen 28 dagen worden opgewarmd. Voor calciumsulfaatgebonden dekvloeren kan dit desnoods, afhankelijk van de mortelkwaliteit, wel eerder gebeuren. Calciumsulfaat heeft namelijk een hogere interne buigtreksterkte.

Hoeveel eerder is niet goed aan te geven en is geheel afhankelijk van de omstandigheden waaronder de vloer droogt. Als vuistregel kan worden aangehouden dat de calciumsulfaatvloer niet meer dan 3 gewichtsprocenten vocht mag bevatten. Het vochtpercentage kan met een calcium carbid meter worden bepaald.

Het opstook- en afkoelprotocol

  • Start met een watertemperatuur die 5 °C hoger is dan de omgevingstemperatuur van de betreffende ruimte. De watertemperatuur moet worden afgelezen op de verwarmingsinstallatie.
  • Verhoog de watertemperatuur iedere 24 uur (of langer) met 5 °C, net zolang tot de praktisch maximale watertemperatuur van 40 °C is bereikt (zie opmerkingen hiervoor).
  • Houd de maximum watertemperatuur minimaal 24 uur stabiel op 40 °C.
  • Verlaag daarna de watertemperatuur iedere 24 uur met 5 °C, net zolang tot de starttemperatuur weer is bereikt. Steeds vaker komt het voor dat een vloerverwarmingssysteem ook kan koelen. Bij een dergelijk systeem is het belangrijk (zeker ’s zomers bij hoge temperaturen) dat de afkoelcyclus wordt doorgezet totdat de minimale temperatuur op de verwarmings- en koelunit 15 °C bedraagt.
  • Wanneer er voldoende tijd beschikbaar is, herhaal deze cyclus dan meerdere malen.
  • Het is verstandig om dit opstook/afkoelprotocol aan de eindgebruiker/consument te verstrekken ten behoeve van normaal gebruik na de oplevering. Het opstook- en afkoel protocol moet namelijk ook na langdurige stilstand van de vloerverwarming worden gevolgd.

Afkoelen

Scheuren ontstaan doorgaans niet in de opwarmfase maar in de afkoelfase. Deze fase is dus nog belangrijker dan de opwarmfase. Bij het afkoelen moet het juiste tempo worden aangehouden.

Thermometer

Plaats op de vloer, waar het opstook- en afkoelprotocol in gang wordt gezet, een thermometer, zodat de oppervlaktetemperatuur van de vloer nauwgezet in de gaten gehouden kan worden. Indien het oppervlak van de dekvloer een temperatuur van 31 °C heeft bereikt, dient de watertemperatuur NIET verder te worden verhoogd en moet direct de afkoelcyclus worden ingezet. 

Voorbeeld cyclus, uitgaande van 15°C omgevingstemperatuur voor inzetten protocol:

Dag                 Watertemperatuur in graden celcius:

1                     20

2                     25

3                     30

4                     35

5                     40

6                     40

7                     35

8                     30

9                     25

10                   20

11                   herhalen of beëindigen.

Bij voorkeur de procedure opnieuw opstarten en deze meermaals uitvoeren. Mocht dit - gezien de beschikbare tijd - niet kunnen, dan de installatie in gebruik nemen.

Andere relevante artikelen