Verwerkingsrichtlijn voor de montage van systeemplafonds

12 jun 2015 | door: nexwork | onderwerpen: Plafonds

Verwerkingsrichtlijn voor de montage van systeemplafonds
Systeemplafonds zijn hun hele levensduur in strijd met de zwaartekracht. Als de kwaliteit onvoldoende is, kan deze zwaartekracht winnen. Naast aanzienlijke schade kan dit zelfs tot menselijk letsel leiden. Om dit te voorkomen, moet worden voldaan aan wettelijke eisen en normen, zoals het bouwbesluit en CE-markering. Bij het monteren van een systeemplafond moet volgens de verwerkingsrichtlijn 3.2 en conform voorschriften van de fabrikant gewerkt worden.

Voorbereidingsfase

Goede afspraken tussen aannemer en afnemer zijn belangrijk. Bespreek of het te maken systeemplafond voldoet aan de eisen ten aanzien van akoestiek of brandveiligheid. Een installatie- en plafondontwerp moeten op elkaar worden afgestemd, bij voorkeur vastgelegd op detailtekeningen. Spreek af dat het plafond niet wordt blootgesteld aan andere belastingen dan overeengekomen. Weet ook van elkaar wanneer de uitvoering gaat plaatsvinden en spreek (tussentijdse) oplevertijden af..

Een vakbekwaam systeemmonteur zal de nodige  technische voorbereidingen treffen: eventueel wordt  de bestaande constructie versterkt met ravelingen, of zijn er extra afhangpunten nodig. De afhangers dienen geborgd aan de bestemde constructie bevestigd te worden. 

Planning en logistiek

Zorg er voor dat het gebouw klaar is voor de montage en aflevering van de materialen. Het werken in de juiste fase van de bouw voorkomt een hoop belemmeringen. Het gebouw dient wind- en waterdicht te zijn. Temperatuurschommelingen zijn ongewenst en de relatieve luchtvochtigheid moet voldoen aan de eisen van de fabrikant (in verband met vochtindringing in de materialen, wat tot kromtrekking kan leiden). Hiervoor dienen natte werkzaamheden zoals stucwerk afgerond en goed geventileerd te zijn. Daarnaast dient de bouw ook opgeruimd te zijn en goed bereikbaar.

Werkzaamheden van anderen aan het bestaande plafond moeten ook afgerond zijn. Stem van te voren af waar de technische installaties en verlichtingsarmaturen worden geplaatst, zodat voorzieningen kunnen worden getroffen.

Materiaal en opslag

Materialen moeten zoveel mogelijk in de fabrieksverpakking op een vlakke ondergrond worden opgeslagen en beschermd tegen vocht. Bij voorkeur moeten de materialen  in het gebouw kunnen acclimatiseren. Wellicht heeft de fabrikant ook eisen gesteld voor het transport, opslag en stapeling. Verzeker ook dat de draagkracht van de vloer voldoende is en dat gevelopeningen groot genoeg zijn voor de invoer van het materiaal.

Montage

Voor correcte montage zijn vooraf overeengekomen  hoogtematen en startlijnen van belang. Houd hierbij ook rekening met de vervorming van het gebouw, de omringende bouwdelen en dilataties in de ruwbouwconstructie. Let goed op de werking van de materialen, zodat de constructie kan uitzetten of krimpen.

Download de gehele Verwerkingsrichtlijn voor de montage van systeemplafonds.

Let op: voor afwijkende situaties zoals zwembaden, cleanrooms en buitentoepassingen zijn andere richtlijnen van toepassing.