Vloerverwarming in dekvloeren

02 apr 2015 | door: nexwork | onderwerpen: Vloeren

Vloerverwarming in dekvloeren
Wat zijn zaken om rekening mee te houden als er vloerverwarming in een dekvloer moet worden gelegd? De beschikbare regelgeving voor dekvloeren met vloerverwarming is vrij beperkt. Mogelijk dat dat dan ook de reden is dat zo weinig mensen op de hoogte blijken te zijn van de juiste detailleringen en toe te passen laagdikten.

Een dekvloer waarin vloerverwarming is opgenomen, zal na inschakeling van die vloerverwarming opwarmen. Nu is het een bekend natuurkundig verschijnsel dat materialen die opwarmen een uitzetting ondergaan. Dit geldt voor hout, glas, maar zeker ook voor samengestelde materialen als dekvloeren. De mate waarin deze uitzetting zich voordoet verschilt per materiaal. Bij afkoeling (uitschakeling van het vloerverwarmingsysteem) doet het effect zich in omgekeerde richting ook weer voor en treedt een materiaalkrimp op. 

Uitzettingsformule

Voor dekvloeren (zowel cementgebonden als calciumsulfaatgebonden) kan globaal de volgende formule worden aangenomen: Uitzetting/krimp = 0,0012 mm/°C/m1. Ofwel: voor iedere graad temperatuurverschil moet 0,0012mm x het aantal meters vloerlengte (haaks op de wand) aan uitzetting worden verwacht. 

Hechtende dekvloeren

Soms kiezen mensen ervoor om de dekvloer hechtend aan te brengen. Alhoewel dit NIET is toegestaan in de regelgeving, geeft dit niet per definitie problemen. Indien de vloer bijvoorbeeld slechts sporadisch wordt opgewarmd en afgekoeld en bovendien de toegepaste temperatuur van de vloerverwarming meevalt, kan schade best uitblijven of in ieder geval niet worden opgemerkt. Schade zal in den regel optreden in de vorm van onthechtingen tussen de dekvloer en de constructievloer en eventueel leiden tot wilde scheurvorming van behoorlijke breedte (enkele mm is mogelijk). De toepassing van kantstroken is in deze situatie zinloos, omdat de dekvloer wordt belemmerd in haar uitzetting, en er dus hoegenaamd geen merkbare uitzetting langs de vloerranden zal optreden.

Minder spanning

Indien een dekvloer van een lage kwaliteit (bindmiddelarm) is, dan heeft dit een positief effect op het uitblijven van scheurvorming. Immers, een materiaal dat bros is, kan geen spanning opbouwen maar gaat microscheuren vertonen, die nooit opgemerkt zullen worden. Een voorbeeld hiervan zijn de cementgebonden tussenlagen van (natuursteen) tegelvloeren, die vaak vrij zwak worden uitgevoerd. Omdat de dekvloer geen scheurvorming zal ondergaan, blijft dan ook de tegelvloer ongeschonden. Deze uitvoering is mogelijk, omdat de dekvloer wordt overlaagd met een harde afwerking en dus niet zelf wordt blootgesteld aan het gebruiksverkeer. 

Zwevende dekvloer

Een hechtende uitvoering kan in het algemeen als niet wenselijk worden aangemerkt. Wat dan te doen? De regelgeving gaat uit van een zwevende uitvoering. Hierbij wordt op de constructievloer een isolatiepakket aangebracht, waarin of waarop een vloerverwarmingsysteem wordt bevestigd, al dan niet met gebruik van speciale matten of bindnetten. Nadeel van deze vloeren is dat de dekvloeren vrij dik en sterk moeten worden uitgevoerd, omdat ze in staat moeten zijn om zelf de verkeersbelasting te dragen. De toepassing van kantstroken is noodzakelijk, omdat de dekvloer nu niet meer wordt belemmerd in zijn uitzetting en dus rekening moet worden gehouden met de eerdergenoemde formule. Een D15 kwaliteit is onvoldoende voor een zwevende vloer, en een D20 kwaliteit moet in een dikte van 70mm worden aangebracht. De toepassing van wapeningsnetten in de bovenste helft van de dekvloer kan de noodzakelijke dikte nog iets verminderen. 

Cementdek- of calciumsulfaat gietdekvloer?

Cementgebonden dekvloeren zijn echter zeer moeilijk in de gewenste kwaliteit uit te voeren als zij zwevend worden aangebracht. De verdichting is lastig, zodat ook met voorgefabriceerde species relatief lage sterkten worden gerealiseerd. Dit is dan ook de reden dat voor zwevende dekvloeren vaak de voorkeur wordt gegeven aan gietdekvloeren. In de praktijk zijn dit dan nog voornamelijk calciumsulfaatgebonden gietdekvloeren, maar de cementgebonden gietdekvloeren worden steeds vaker toegepast. Gietdekvloeren zijn eigenlijk ideaal voor deze toepassing. 

Inklinking

Zowel krimpgedrag, sterktewaarden als de verdichting zijn goed voorspelbaar en hebben geen last van de toepassing op een isolatiepakket. Verdichting door trilling vindt niet plaats en is niet nodig. Hooguit als ontluchting. Wel moet rekening worden gehouden met het feit dat in gietdekvloeren vaak de slangen van de vloerverwarming zichtbaar zijn. Dit wordt veroorzaakt door de “inklinking” van de vloeibare specie, die natuurlijk naast de slangen optreedt in een dikkere materiaallaag en dus in sterkere mate optreedt. Boven de slangen ligt dan als het ware een ruggetje materiaal, dat weggeschuurd kan worden. Een andere oplossing is om in twee lagen te gieten, namelijk eerst tot aan de slang en de tweede laag zo gelijkmatig mogelijk van dikte.

Resumé

  • Maak een dekvloer niet hechtend, maar zwevend of los van de ondergrond. 
  • Werk in alle gevallen op een zo vlak mogelijke ondergrond (isolatie of constructievloer)
  • Pas een kantstrook toe zodra geen hechtende dekvloer wordt aangebracht.
  • Indien om één of andere reden tóch een hechtende dekvloer wordt aangebracht, gebruik dan géén kantstroken.